Kennisbank

Samenlevingscontract

De schriftelijke afspraken tussen samenwoners die niet met elkaar zijn getrouwd of geregistreerd partners zijn.

Samenwoners hebben een testament nodig om van elkaar te erven. Vaak is het raadzaam om ook een samenlevingscontract af te sluiten. Doe dit bij voorkeur bij de notaris, dan weet je zeker dat je fiscale voordelen geniet. Er zijn verschillende redenen om naast een testament ook een notarieel samenlevingscontract op te stellen. Hieronder noemen we een paar belangrijke redenen:


Erfbelasting besparen


Met een samenlevingscontract regel je dat je door de fiscus na 6 maanden automatisch als "partners voor de erfbelasting" wordt aangemerkt. Als partners voor de erfbelasting kun je gebruik kan maken van de fiscale partnervrijstelling van ruim 636.000 euro (tarief 2017). Je betaalt dan dus over een van je partner geërfd bedrag geen erfbelasting zolang dat onder de partnervrijstelling blijft. Ben je geen partners voor de erfbelasting, dan is het van erfbelasting vrijgestelde bedrag maar iets meer dan 2000 euro. Daarbij is het belastingtarief voor partners voor de erfbelasting ook veel gunstiger. Over het geërfde bedrag hoger dan de vrijstelling betaal je als partner maximaal 20% terwijl dat anders maximaal 40% zou zijn. Om voor de fiscus als partner voor de erfbelasting aangemerkt te worden is het naast het hebben van een notarieel samenlevingscontract noodzakelijk dat je (i) op het zelfde adres bent ingeschreven, (ii) beiden meerderjarig bent, en (iii) geen familie van elkaar bent. Je moet minstens 6 maanden voorafgaand aan het overlijden aan deze voorwaarden voldoen. 


Inkomstenbelasting besparen


Als je elkaars partner bent voor de erfbelasting dan ben je automatisch elkaars fiscale partner. Dat kan belangrijke voordelen hebben voor de belasting die je over je inkomen en/of vermogen moet betalen. Fiscaal partnerschap kan tot grote besparingen leiden. Lees hierover meer in het woordenboek bij: voordelen fiscaal partnerschap. Realiseer je dat het afsluiten van een samenlevingscontract dus nadelige gevolgen kan hebben voor eventuele AOW, bijstand, huurtoeslag, zorgtoeslag etc. 


Recht op partnerpensioen


Als je pensioenregeling voorziet in een partnerpensioen, dan heeft je partner meestal pas recht op dat partnerpensioen als je een samenlevingscontract hebt dat daarin voorziet. Bij NuNotariaat regel je dit. 


Recht om in de woning te blijven wonen


Als de koopwoning van beide partners is (dus gezamenlijke eigendom) dan regelt het samenlevingscontract dat als 1 van beide partners onverwacht iets overkomt, dat de andere partner in de woning mag blijven wonen. Dit wordt geregeld in het zogenaamde verblijvingsbeding. Is de woning niet van allebei, dan heb je ook testamenten nodig om zeker te stellen dat degene die niet de eigendom van de woning heeft, na overlijden van de partner in de woning kan blijven wonen. 



Voorbeeld samenlevingscontract

Heden, [  ], verschenen voor mij, [   ], notaris met als plaats van vestiging de gemeente [in te vullen door notaris]: [Naam], geboren op [  ] te [Geboorteplaats] en [Naam], geboren op [   ] te [Geboorteplaats],



INLEIDING
De verschenen personen gaven te kennen dat zij een affectieve relatie met elkaar hebben [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] de vermogensrechtelijke gevolgen daarvan en/of van hun gemeenschappelijk vermogen als volgt te regelen:



KOSTEN VAN DE HUISHOUDING
Artikel 1
1. De kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden door partijen gedragen naar evenredigheid van ieders inkomen. Zijn de inkomens onvoldoende, dan worden de kosten gedragen naar evenredigheid van ieders vermogen. Een en ander geldt niet voor zover bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten.
2. Onder de kosten van de huishouding zijn begrepen de premies en kosten van verzekeringen die betrekking hebben op aan partijen samen toebehorende goederen, de kosten van gezamenlijke vakanties, de huurprijs van de gemeenschappelijk bewoonde woning, de rente en kosten van geldleningen die zijn aangegaan in verband met de aanschaf of het onderhoud van de gemeenschappelijk bewoonde woning en van de gezamenlijke goederen en de kosten van dagelijks onderhoud van de hiervoor bedoelde woning en goederen.
3. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel kunnen partijen mits in onderling overleg en schriftelijk vastgelegd steeds voor een kalenderjaar of een gedeelte daarvan een andere (wijze van) verdeling van bepaalde of alle kosten van de huishouding overeenkomen en/of vastleggen dat bepaalde uitgaven niet als kosten van de huishouding worden aangemerkt.
4. Onder inkomen wordt verstaan het besteedbaar inkomen na betaling van belastingen, premies sociale verzekeringen en de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor de verwerving van het inkomen.
5. Een partij die in een kalenderjaar meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan die partij op grond van he t[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]deze overeenkomst. Als een vordering overeenkomstig lid 5 is ingesteld, moet deze direct worden voldaan, tenzij redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten.




OVERLIJDENSRISICOVERZEKERINGEN
Artikel 2
Premies en koopsommen van een levensverzekering (een ongevallenverzekering daaronder begrepen) en al hetgeen in verband hiermee is verschuldigd, behoren niet tot de kosten van de huishouding en worden uitsluitend gedragen door de partij die deze krachtens de polis is verschuldigd.



VERGOEDINGSRECHTEN
Artikel 3
Als aan het vermogen van een partij een waarde is onttrokken ten behoeve van de andere partij, heeft deze jegens de andere partij recht op een vergoeding gelijk aan de waarde ten tijde van de onttrekking.[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] van betaling of als hij of zij op andere wijze het beheer over zijn of haar vermogen verliest.




ROERENDE ZAKEN EN VERVOERMIDDELEN
Artikel 4
1. Roerende zaken die gezamenlijk worden gebruikt en voor gezamenlijke rekening zijn verkregen, worden door partijen als gemeenschappelijk aangemerkt. Voormelde goederen zijn alleen dan niet gemeenschappelijk als daarvan blijkt uit een door beide partijen ondertekende verklaring. Vervoermiddelen op kenteken behoren, tenzij schriftelijk anders blijkt, toe aan diegene van partijen op wiens naam het kenteken is gesteld.
2. Met het oog op het bepaalde in het vorige lid wordt ieder van partijen geacht bij de aanschaf van de aldaar bedoelde gemeenschappelijke goederen tevens op te treden als vertegenwoordiger van de andere partij, en worden de goederen welke op enigerlei wijze [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] dat de thans aan hen toebehorende goederen als in het vorige lid bedoeld, welke door ieder van hen in de ruil zijn betrokken, ongeveer evenveel waard zijn, zodat zij ter zake niets meer van elkaar te vorderen hebben.
3. Over gemeenschappelijke goederen en vervoermiddelen die ten behoeve van de gemeenschappelijke huishouding worden gebruikt kan, ook als deze aan één van partijen in privé toebehoren, slechts met schriftelijke toestemming van beide partijen worden beschikt.
4. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel blijven de aldaar bedoelde goederen welke door één van partijen krachtens erfrecht of gift zijn verkregen en de goederen die daarvoor door zaaksvervanging aantoonbaar in de plaats zijn gekomen, ook als dit niet uitdrukkelijk door de erflater/schenker is bepaald, aan de desbetreffende partij in privé toebehoren, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen.



(ANDERE) GEMEENSCHAPPELIJKE GOEDEREN

Artikel 5
1. In alle gevallen waarin tussen partijen verschil van mening bestaat omtrent de (mate van) gerechtigdheid tot een goed en geen van beiden zijn of haar recht op het goed kan bewijzen, wordt het goed geacht aan beiden toe te behoren, ieder voor de onverdeelde helft. Het enkele feit dat één van partijen na het einde van de samenleving goederen onder zich heeft kan aan die partij geen bewijsrechtelijk voordeel opleveren.
2. Ongeacht de wijze van totstandkoming van het saldo zijn partijen ieder voor de onverdeelde helft gerechtigd tot het saldo van op beider naam staande bankrekeningen ("en/of" rekeningen); een partij heeft ter zake slechts een vordering op de andere partij als hij of zij kan aantonen dat dat is overeengekomen.



FINANCIERING EN GEBRUIK VAN DE EIGEN WONING
Artikel 6

1. Als de woning aan partijen gezamenlijk toebehoort, dragen partijen de lasten verbonden aan de financiering van de woning, met uitzondering van de in artikel 1 lid 2 bedoelde renten en kosten, naar verhouding van ieders aandeel in de woning. Onder die lasten zijn - onverminderd het in artikel 2 bepaalde - begrepen aflossingen en (spaar-)premies verschuldigd voor verzekeringen die rechtstreeks verband houden met aflossing van de lening ook als slechts een van partijen de premieplichtige is. [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]. De waarde van het recht op de uitkering per de einddatum van een dergelijke verzekering komt partijen gezamenlijk toe, naar verhouding van ieders aandeel in de woning.
2. Partijen zijn tijdens deze overeenkomst gelijkelijk gerechtigd tot het gebruik van de woning die aan hen gezamenlijk of aan één van hen toebehoort.



DE HUURWONING
Artikel 7

1. Als partijen de woning huren, zijn zij ten opzichte van elkaar verplicht samen de huurovereenkomst als huurders aan te gaan.
2. Als een van partijen de woning huurt, is deze verplicht mee te werken aan een verzoek aan de verhuurder ermee in te stemmen, dat de andere partij medehuurder zal zijn als bedoeld in artikel 7:267 lid 1 Burgerlijk Wetboek.
[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]




DUUR EN EINDE
Artikel 8

Deze overeenkomst eindigt op het tijdstip dat partijen in onderling overleg vaststellen en:
1. door opzegging door een partij, in welk geval de overeenkomst eindigt op het tijdstip dat in de opzegging is aangegeven;
2. door overlijden van een partij;
3. door het aangaan van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap.
Artikel 9
1. Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.
2. Als deze overeenkomst eindigt anders dan door overlijden van een partij, zijn partijen verplicht:
1. iedere partij in bezit te stellen van de goederen die aan hem of haar toebehoren;
2. de gemeenschappelijke goederen te verdelen;
3. de waarde te verrekenen van de polissen van verzekering, waarvan partijen ingevolge het in de artikelen 1 en 6 bepaalde de premies en kosten gezamenlijk dienden te dragen.
3. Het in lid 1 bepaalde geldt niet, als partijen met elkaar een huwelijk of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan en de daar bedoelde goederen in een gemeenschap vallen.
<b>AFWIKKELING
Artikel 10</B>
1. De waarderingen, nodig voor de verdeling en verrekening bedoeld in artikel 9, geschieden in onderling overleg. De woning dient te worden gewaardeerd naar de waarde in onbewoonde staat.
2. Als een partij in verband met de verdeling of verrekening aan de wederpartij een bedrag in geld moet voldoen, is de schuldenaar, als daartoe gewichtige redenen bestaan, gerechtigd het bedrag in [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] de wettelijke rente. De schuldenaar is desverlangd verplicht zekerheid te geven voor de nakoming van de uit dit lid voortvloeiende verplichtingen. Geschillen tussen partijen over verdeling, verrekening, waardering en betaling worden op verzoek van één van de partijen voorgelegd aan de rechter als bedoeld in artikel 3:185 Burgerlijk Wetboek. Omtrent de vaststelling van de waarde van de woning kan de benoeming van een deskundige worden gevraagd.



TIJDELIJKE VOORTZETTING WOONGENOT EIGEN WONING
Artikel 11

1. Ingeval de overeenkomst eindigt door opzegging of in onderling overleg kan iedere partij de voorzieningenrechter verzoeken om te bepalen dat hij of zij - met uitsluiting van de andere partij - nog zes (6) maanden mag blijven wonen in de laatstelijk door beide partijen bewoonde woning.
2. Als de woning aan beide partijen toebehoort of toebehoort aan de partij, die niet in de woning blijft wonen, dient de partij die blijft wonen over de bedoelde periode aan de ander een, eventueel door de voorzieningenrechter vast te stellen, redelijke vergoeding te betalen.
3. Een regeling inzake verblijf of betaling als opgenomen in de leden 1 en 2 van dit artikel brengt nimmer het bestaan van een (onder)huurverhouding mee.



TIJDELIJKE VOORTZETTING WOONGENOT HUURWONING
Artikel 12

1. Ingeval de overeenkomst eindigt anders dan door overlijden van één van (of beide) partijen, kan ieder van partijen de kantonrechter verzoeken om te bepalen dat hij of zij - met uitsluiting van de andere partij - nog zes (6) maanden mag blijven wonen in de laatstelijk door beide partijen bewoonde woning.
2. Op verzoek van de partij die in de woning blijft wonen en over onvoldoende inkomsten beschikt, kan de kantonrechter aan de andere partij opleggen de huurpenningen over die periode geheel of gedeeltelijk te betalen.
3. Na gemelde periode zal, als partijen beiden de woning hebben gehuurd, de huur worden voortgezet door degene die daarop in redelijkheid de meeste aanspraak kan maken, zonodig vast te stellen door de kantonrechter.
[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]



PARTNERPENSIOEN
Artikel 13

1. Partijen wijzen elkaar over en weer aan als gerechtigde voor een partnerpensioen. Zij nemen deze wederzijdse aanwijzingen aan. Partijen zijn ermee bekend dat zij om in aanmerking te komen voor een partnerpensioen aan alle door het desbetreffende pensioenreglement gestelde eisen moeten voldoen.
2. Als de samenleving van partijen anders dan door overlijden is geëindigd, is ieder van hen verplicht om op verzoek van de andere partij afstand te doen van eventuele door hem of haar als gevolg van de aanwijzing als [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] partnerpensioengerechtigde opgebouwde rechten op nabestaandenpensioen. Partijen verlenen elkaar over en weer onherroepelijk volmacht om deze afstand te bewerkstelligen.



RECHTSKEUZE
Artikel 14

Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
 
WAARVAN AKTE is verleden te [in te vullen door notaris] op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De comparanten zijn mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van de akte is aan hen opgegeven en toegelicht. De comparanten hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden een conceptakte te hebben ontvangen en van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de comparanten en vervolgens door mij, notaris.


Fiscale voordelen samenlevingscontract

Met een notarieel samenlevingscontract stel je zeker dat je na verloop van 6 maanden door de fiscus als "partners voor de erfbelasting" wordt aangemerkt. Heb je geen notarieel samenlevingscontract dan merkt de fiscus je pas na 5 jaar (!) samenwonen op hetzelfde adres aan als partner voor de erfbelasting.

Als partners voor de erfbelasting geniet je van de fiscale partnervrijstelling van ruim 636.000 euro (tarief 2017). Je betaalt dan dus geen erfbelasting over een van je partner geërfd bedrag zolang dat onder de 636.000 euro blijft. Ben je geen partners voor de erfbelasting volgens de fiscus, dan is het van erfbelasting vrijgestelde bedrag maar iets meer dan 2000 euro. Daarbij is het belastingtarief voor partners ook veel gunstiger. Over het geërfde bedrag hoger dan de vrijstelling betaal je als partner maximaal 20% terwijl dat anders maximaal 40% zou zijn.

Ook brengt een samenlevingscontract fiscaal partnerschap met zich mee als je dat nog niet bent (je bent dat al als je kinderen hebt of als de fiscus je al als partners heeft aangemerkt). Dat kan voordelig zijn. 


  1. Aftrekposten kunnen meer opleveren als de ene partner een hoger belastingtarief betaalt dan de andere partner. Als de inkomens (erg) uit elkaar lopen kan dat dus belastingvoordeel opleveren
  2. Als fiscaal partner heb je recht op algemene heffingskorting (dat levert maximaal ruim 2000 euro voordeel op). Dat heb je niet als je geen inkomen hebt en geen fiscaal partner bent. 
  3. Bij verschillende vermogens is het fijn dat je door  fiscaal partnerschap een gezamenlijk heffingsvrij vermogen hebt van 48.874 euro in plaats van 24.437 euro per persoon. Heeft 1 van beide meer dan 24.437 euro vermogen en de ander veel minder dan kan dit een belastingbesparing van maximaal 293 euro opleveren. Bij een grote studiegeld kan het voordeel nog groter zijn. 

Omdat in 2017 normaliter aangifte wordt gedaan over het jaar 2016, wordt van de toepasselijke tarieven in 2016 uitgegaan. 


Lees meer over de voordelen van fiscaal partnerschap op de website van de consumentenbond


Back Naar woordenboek