Kennisbank

Voorbeeld samenlevingscontract

Heden, [  ], verschenen voor mij, [   ], notaris met als plaats van vestiging de gemeente [in te vullen door notaris]: [Naam], geboren op [  ] te [Geboorteplaats] en [Naam], geboren op [   ] te [Geboorteplaats],



INLEIDING
De verschenen personen gaven te kennen dat zij een affectieve relatie met elkaar hebben [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] de vermogensrechtelijke gevolgen daarvan en/of van hun gemeenschappelijk vermogen als volgt te regelen:



KOSTEN VAN DE HUISHOUDING
Artikel 1
1. De kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden door partijen gedragen naar evenredigheid van ieders inkomen. Zijn de inkomens onvoldoende, dan worden de kosten gedragen naar evenredigheid van ieders vermogen. Een en ander geldt niet voor zover bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten.
2. Onder de kosten van de huishouding zijn begrepen de premies en kosten van verzekeringen die betrekking hebben op aan partijen samen toebehorende goederen, de kosten van gezamenlijke vakanties, de huurprijs van de gemeenschappelijk bewoonde woning, de rente en kosten van geldleningen die zijn aangegaan in verband met de aanschaf of het onderhoud van de gemeenschappelijk bewoonde woning en van de gezamenlijke goederen en de kosten van dagelijks onderhoud van de hiervoor bedoelde woning en goederen.
3. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel kunnen partijen mits in onderling overleg en schriftelijk vastgelegd steeds voor een kalenderjaar of een gedeelte daarvan een andere (wijze van) verdeling van bepaalde of alle kosten van de huishouding overeenkomen en/of vastleggen dat bepaalde uitgaven niet als kosten van de huishouding worden aangemerkt.
4. Onder inkomen wordt verstaan het besteedbaar inkomen na betaling van belastingen, premies sociale verzekeringen en de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor de verwerving van het inkomen.
5. Een partij die in een kalenderjaar meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan die partij op grond van he t[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]deze overeenkomst. Als een vordering overeenkomstig lid 5 is ingesteld, moet deze direct worden voldaan, tenzij redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten.




OVERLIJDENSRISICOVERZEKERINGEN
Artikel 2
Premies en koopsommen van een levensverzekering (een ongevallenverzekering daaronder begrepen) en al hetgeen in verband hiermee is verschuldigd, behoren niet tot de kosten van de huishouding en worden uitsluitend gedragen door de partij die deze krachtens de polis is verschuldigd.



VERGOEDINGSRECHTEN
Artikel 3
Als aan het vermogen van een partij een waarde is onttrokken ten behoeve van de andere partij, heeft deze jegens de andere partij recht op een vergoeding gelijk aan de waarde ten tijde van de onttrekking.[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] van betaling of als hij of zij op andere wijze het beheer over zijn of haar vermogen verliest.




ROERENDE ZAKEN EN VERVOERMIDDELEN
Artikel 4
1. Roerende zaken die gezamenlijk worden gebruikt en voor gezamenlijke rekening zijn verkregen, worden door partijen als gemeenschappelijk aangemerkt. Voormelde goederen zijn alleen dan niet gemeenschappelijk als daarvan blijkt uit een door beide partijen ondertekende verklaring. Vervoermiddelen op kenteken behoren, tenzij schriftelijk anders blijkt, toe aan diegene van partijen op wiens naam het kenteken is gesteld.
2. Met het oog op het bepaalde in het vorige lid wordt ieder van partijen geacht bij de aanschaf van de aldaar bedoelde gemeenschappelijke goederen tevens op te treden als vertegenwoordiger van de andere partij, en worden de goederen welke op enigerlei wijze [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] dat de thans aan hen toebehorende goederen als in het vorige lid bedoeld, welke door ieder van hen in de ruil zijn betrokken, ongeveer evenveel waard zijn, zodat zij ter zake niets meer van elkaar te vorderen hebben.
3. Over gemeenschappelijke goederen en vervoermiddelen die ten behoeve van de gemeenschappelijke huishouding worden gebruikt kan, ook als deze aan één van partijen in privé toebehoren, slechts met schriftelijke toestemming van beide partijen worden beschikt.
4. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel blijven de aldaar bedoelde goederen welke door één van partijen krachtens erfrecht of gift zijn verkregen en de goederen die daarvoor door zaaksvervanging aantoonbaar in de plaats zijn gekomen, ook als dit niet uitdrukkelijk door de erflater/schenker is bepaald, aan de desbetreffende partij in privé toebehoren, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen.



(ANDERE) GEMEENSCHAPPELIJKE GOEDEREN

Artikel 5
1. In alle gevallen waarin tussen partijen verschil van mening bestaat omtrent de (mate van) gerechtigdheid tot een goed en geen van beiden zijn of haar recht op het goed kan bewijzen, wordt het goed geacht aan beiden toe te behoren, ieder voor de onverdeelde helft. Het enkele feit dat één van partijen na het einde van de samenleving goederen onder zich heeft kan aan die partij geen bewijsrechtelijk voordeel opleveren.
2. Ongeacht de wijze van totstandkoming van het saldo zijn partijen ieder voor de onverdeelde helft gerechtigd tot het saldo van op beider naam staande bankrekeningen ("en/of" rekeningen); een partij heeft ter zake slechts een vordering op de andere partij als hij of zij kan aantonen dat dat is overeengekomen.



FINANCIERING EN GEBRUIK VAN DE EIGEN WONING
Artikel 6

1. Als de woning aan partijen gezamenlijk toebehoort, dragen partijen de lasten verbonden aan de financiering van de woning, met uitzondering van de in artikel 1 lid 2 bedoelde renten en kosten, naar verhouding van ieders aandeel in de woning. Onder die lasten zijn - onverminderd het in artikel 2 bepaalde - begrepen aflossingen en (spaar-)premies verschuldigd voor verzekeringen die rechtstreeks verband houden met aflossing van de lening ook als slechts een van partijen de premieplichtige is. [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]. De waarde van het recht op de uitkering per de einddatum van een dergelijke verzekering komt partijen gezamenlijk toe, naar verhouding van ieders aandeel in de woning.
2. Partijen zijn tijdens deze overeenkomst gelijkelijk gerechtigd tot het gebruik van de woning die aan hen gezamenlijk of aan één van hen toebehoort.



DE HUURWONING
Artikel 7

1. Als partijen de woning huren, zijn zij ten opzichte van elkaar verplicht samen de huurovereenkomst als huurders aan te gaan.
2. Als een van partijen de woning huurt, is deze verplicht mee te werken aan een verzoek aan de verhuurder ermee in te stemmen, dat de andere partij medehuurder zal zijn als bedoeld in artikel 7:267 lid 1 Burgerlijk Wetboek.
[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]




DUUR EN EINDE
Artikel 8

Deze overeenkomst eindigt op het tijdstip dat partijen in onderling overleg vaststellen en:
1. door opzegging door een partij, in welk geval de overeenkomst eindigt op het tijdstip dat in de opzegging is aangegeven;
2. door overlijden van een partij;
3. door het aangaan van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap.
Artikel 9
1. Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.
2. Als deze overeenkomst eindigt anders dan door overlijden van een partij, zijn partijen verplicht:
1. iedere partij in bezit te stellen van de goederen die aan hem of haar toebehoren;
2. de gemeenschappelijke goederen te verdelen;
3. de waarde te verrekenen van de polissen van verzekering, waarvan partijen ingevolge het in de artikelen 1 en 6 bepaalde de premies en kosten gezamenlijk dienden te dragen.
3. Het in lid 1 bepaalde geldt niet, als partijen met elkaar een huwelijk of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan en de daar bedoelde goederen in een gemeenschap vallen.
<b>AFWIKKELING
Artikel 10</B>
1. De waarderingen, nodig voor de verdeling en verrekening bedoeld in artikel 9, geschieden in onderling overleg. De woning dient te worden gewaardeerd naar de waarde in onbewoonde staat.
2. Als een partij in verband met de verdeling of verrekening aan de wederpartij een bedrag in geld moet voldoen, is de schuldenaar, als daartoe gewichtige redenen bestaan, gerechtigd het bedrag in [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] de wettelijke rente. De schuldenaar is desverlangd verplicht zekerheid te geven voor de nakoming van de uit dit lid voortvloeiende verplichtingen. Geschillen tussen partijen over verdeling, verrekening, waardering en betaling worden op verzoek van één van de partijen voorgelegd aan de rechter als bedoeld in artikel 3:185 Burgerlijk Wetboek. Omtrent de vaststelling van de waarde van de woning kan de benoeming van een deskundige worden gevraagd.



TIJDELIJKE VOORTZETTING WOONGENOT EIGEN WONING
Artikel 11

1. Ingeval de overeenkomst eindigt door opzegging of in onderling overleg kan iedere partij de voorzieningenrechter verzoeken om te bepalen dat hij of zij - met uitsluiting van de andere partij - nog zes (6) maanden mag blijven wonen in de laatstelijk door beide partijen bewoonde woning.
2. Als de woning aan beide partijen toebehoort of toebehoort aan de partij, die niet in de woning blijft wonen, dient de partij die blijft wonen over de bedoelde periode aan de ander een, eventueel door de voorzieningenrechter vast te stellen, redelijke vergoeding te betalen.
3. Een regeling inzake verblijf of betaling als opgenomen in de leden 1 en 2 van dit artikel brengt nimmer het bestaan van een (onder)huurverhouding mee.



TIJDELIJKE VOORTZETTING WOONGENOT HUURWONING
Artikel 12

1. Ingeval de overeenkomst eindigt anders dan door overlijden van één van (of beide) partijen, kan ieder van partijen de kantonrechter verzoeken om te bepalen dat hij of zij - met uitsluiting van de andere partij - nog zes (6) maanden mag blijven wonen in de laatstelijk door beide partijen bewoonde woning.
2. Op verzoek van de partij die in de woning blijft wonen en over onvoldoende inkomsten beschikt, kan de kantonrechter aan de andere partij opleggen de huurpenningen over die periode geheel of gedeeltelijk te betalen.
3. Na gemelde periode zal, als partijen beiden de woning hebben gehuurd, de huur worden voortgezet door degene die daarop in redelijkheid de meeste aanspraak kan maken, zonodig vast te stellen door de kantonrechter.
[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]



PARTNERPENSIOEN
Artikel 13

1. Partijen wijzen elkaar over en weer aan als gerechtigde voor een partnerpensioen. Zij nemen deze wederzijdse aanwijzingen aan. Partijen zijn ermee bekend dat zij om in aanmerking te komen voor een partnerpensioen aan alle door het desbetreffende pensioenreglement gestelde eisen moeten voldoen.
2. Als de samenleving van partijen anders dan door overlijden is geëindigd, is ieder van hen verplicht om op verzoek van de andere partij afstand te doen van eventuele door hem of haar als gevolg van de aanwijzing als [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] partnerpensioengerechtigde opgebouwde rechten op nabestaandenpensioen. Partijen verlenen elkaar over en weer onherroepelijk volmacht om deze afstand te bewerkstelligen.



RECHTSKEUZE
Artikel 14

Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
 
WAARVAN AKTE is verleden te [in te vullen door notaris] op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De comparanten zijn mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van de akte is aan hen opgegeven en toegelicht. De comparanten hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden een conceptakte te hebben ontvangen en van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de comparanten en vervolgens door mij, notaris.


Voorbeeld testament alleenstaand zonder kinderen

Op, [datum], verscheen voor mij, [naam notaris], notaris te [plaats]: de heer/mevrouw [naam], geboren op [datum] te [geboorteplaats], met nummer paspoort: [nummer].

De verschenen persoon verklaarde de volgende uiterste wilsbeschikkingen te maken:


1. HERROEPING
Ik herroep alle eerder door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen, waaronder hetgeen ik bij een eventueel eerder codicil, daaronder niet begrepen een donorcodicil, heb bepaald.


2. RECHTSKEUZE
Ik kies als het recht dat van toepassing is op de vererving van mijn gehele nalatenschap en de afwikkeling daarvan het recht van de staat van mijn huidige nationaliteit, dit is het Nederlandse recht. Onder vererving en afwikkeling wordt in elk geval begrepen hetgeen is vermeld in artikel 23 Europese Erfrechtverordening.


3. ERFSTELLING
Ik benoem tot erfgenamen samen en voor ongelijke delen:
1. [Naam], geboren op [datum] te [Geboorteplaats], [x] procent van mijn nalatenschap.
2. [Naam], geboren op [geboortedatum] te [Geboorteplaats], [x] procent van mijn nalatenschap.
3. [Naam Goed Doel]  te [Vestigingsplaats], [x] procent van mijn nalatenschap.
4. [Naam Goed doel] te [Vestigingsplaats], [x] procent van mijn nalatenschap.
5. [Naam Goed Doel] te [Vestigingsplaats], [x] procent van mijn nalatenschap.


4. UITSLUITINGSCLAUSULE
1. Ik bepaal dat hetgeen uit mijn nalatenschap wordt verkregen en de opbrengsten daarvan - en hetgeen daarvoor door zaaksvervanging overeenkomstig artikel 1:95 lid 1 Burgerlijk Wetboek in de plaats treedt - niet zullen vallen in enige vermogensrechtelijke gemeenschap waarin de verkrijger gerechtigd mocht zijn of worden, en niet betrokken zal worden in enige verrekening op grond van de door de verkrijger gemaakte of te maken huwelijkse voorwaarden of samenlevingscontract tussen echtgenoten of partners.
2. De uitsluitingsclausule geldt evenwel niet voor het gedeelte van de erfrechtelijke verkrijging (en de opbrengsten daarvan) dat wordt verteerd gedurende de periode dat de betreffende verkrijger gehuwd of partner is, tenzij uit een regeling tussen de verkrijger en diens partner het tegendeel voortvloeit.


5. EXECUTEURSBENOEMING
1. Ik benoem [Naam], geboren op [datum] te [Geboorteplaats] tot verzorger van mijn begrafenis of crematie en tot (beheers)executeur in de zin van Afdeling 4.5.6. Burgerlijk Wetboek, en bepaal dat de executeur in het kader van de tot zijn of haar taak behorende voldoening van de schulden van de nalatenschap bevoegd is om zonder overleg of toestemming als bedoeld in artikel 4:147 Burgerlijk Wetboek goederen te gelde te maken. De executeur is bevoegd om een andere executeur aan zich toe te voegen of in zijn of haar plaats te stellen, en als een executeur komt te ontbreken is de kantonrechter bevoegd om op verzoek van een belanghebbende een vervanger te benoemen.
2. Voor het geval [Naam] deze executeursbenoeming niet kan of wil aanvaarden benoem ik in plaats van [Naam}, eventueel bij opvolging, met geheel gelijke bevoegdheden: [Naam], geboren op [Datum] te [Geboorteplaats].


6. ZORG HUISDIEREN
Als ten gevolge van mijn overlijden in de zorg over één of meer van mijn huisdieren dient te worden voorzien, is het mijn wens dat volgende persoon mijn huisdier(en) verzorgt: [Naam], geboren op [datum] te [Geboorteplaats].


SLOT
De verschenen persoon is mij, notaris, bekend en de wettelijk voorgeschreven identificatie heeft plaatsgevonden. Waarvan akte is verleden te [Plaats] op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Nadat de zakelijke inhoud van deze akte aan de verschenen persoon is opgegeven en toegelicht, heeft deze verklaard tijdig van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen, de strekking en de gevolgen daarvan te hebben begrepen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing geen prijs te stellen. Daarna is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing door de verschenen persoon en mij, notaris, getekend om [tijdstip]

Voorbeeld testament gehuwd zonder kinderen

Op, [datum], verscheen voor mij, [notaris], notaris te [plaats]: de heer/mevrouw [naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], met nummer paspoort: [  ].
De verschenen persoon verklaarde de volgende uiterste wilsbeschikkingen te maken:


1. HERROEPING
Ik herroep alle eerder door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen, waaronder hetgeen ik bij een eventueel eerder codicil, daaronder niet begrepen een donorcodicil, heb bepaald.


2. RECHTSKEUZE
Ik kies als het recht dat van toepassing is op de vererving van mijn gehele nalatenschap en de afwikkeling daarvan het recht van de staat van mijn huidige nationaliteit, dit is het Nederlandse recht. Onder vererving en afwikkeling wordt in elk geval begrepen hetgeen is vermeld in artikel 23 Europese Erfrechtverordening.


3. ERFSTELLING
1. Ik benoem [naam partner] (hierna te noemen: partner), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] tot mijn enig erfgenaam.
2. Voor het geval ik tegelijk of na mijn partner kom te overlijden of mijn partner anderszins niet als rechtverkrijgende in mijn nalatenschap optreedt en voor zover ik geen afstammelingen achterlaat, beschik ik als volgt. Ik benoem tot erfgenamen ieder voor een ongelijk deel, met toepassing van plaatsvervulling (voor zover het natuurlijke personen betreft):
1. [gegevens erfgenaam], [x] procent van mijn nalatenschap.
2. [gegevens erfgenaam], [x] procent van mijn nalatenschap.
3. [gegevens erfgenaam], [x] procent van mijn nalatenschap
4. [gegevens erfgenaam], [x] procent van mijn nalatenschap.
5. [gegevens erfgenaam], [x] procent van mijn nalatenschap.


4. LEGAAT
Ik legateer, uit te keren binnen zes (6) maanden na mijn overlijden, zonder bijberekening van rente en kosten, aan:
1. [goed doel], een bedrag van [x].
2. [goed doel], een bedrag van [x].


5. UITSLUITINGSCLAUSULE
1. Ik bepaal dat hetgeen uit mijn nalatenschap wordt verkregen en de opbrengsten daarvan - en hetgeen daarvoor door zaaksvervanging overeenkomstig artikel 1:95 lid 1 Burgerlijk Wetboek in de plaats treedt - niet zullen vallen in enige vermogensrechtelijke gemeenschap waarin de verkrijger gerechtigd mocht zijn of worden, en niet betrokken zal worden in enige verrekening op grond van de door de verkrijger gemaakte of te maken huwelijkse voorwaarden of samenlevingscontract tussen echtgenoten of partners.
2. De uitsluitingsclausule geldt evenwel niet voor het gedeelte van de erfrechtelijke verkrijging (en de opbrengsten daarvan) dat wordt verteerd gedurende de periode dat de betreffende verkrijger gehuwd of partner is, tenzij uit een regeling tussen de verkrijger en diens partner het tegendeel voortvloeit.


6. EXECUTEURSBENOEMING
1. Ik benoem mijn partner tot verzorger van mijn begrafenis of crematie en tot (beheers)executeur in de zin van Afdeling 4.5.6. Burgerlijk Wetboek, en bepaal dat de executeur in het kader van de tot zijn of haar taak behorende voldoening van de schulden van de nalatenschap bevoegd is om zonder overleg of toestemming als bedoeld in artikel 4:147 Burgerlijk Wetboek goederen te gelde te maken. De executeur is bevoegd om een andere executeur aan zich toe te voegen of in zijn of haar plaats te stellen, en als een executeur komt te ontbreken is de kantonrechter bevoegd om op verzoek van een belanghebbende een vervanger te benoemen.
2. Voor het geval mijn partner deze executeursbenoeming niet kan of wil aanvaarden benoem ik in plaats van mijn partner, eventueel bij opvolging, met geheel gelijke bevoegdheden: [gegevens reserve executeur].


VOORWAARDE VERKRIJGING DOOR PARTNER
1. Alle beschikkingen ten behoeve van mijn partner, de eventuele benoeming tot executeur daaronder uitdrukkelijk begrepen, zijn gemaakt onder de voorwaarde dat ons huwelijk (of eventueel geregistreerd partnerschap) door mijn of zijn of haar overlijden is geëindigd, zonder dat ten tijde van het overlijden sprake is (was) van scheiding van tafel en bed of van een niet-geroyeerde procedure of een overeenkomst om te geraken tot scheiding van tafel en bed, echtscheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap, dan wel om te geraken tot beëindiging van de samenleving in het kader van het huwelijk of partnerschap.
2. Als aan de voorwaarde uit lid 1 niet is voldaan, dan vervallen eveneens alle beschikkingen ten behoeve van bloedverwanten, die niet tevens bloedverwanten van mij zijn of familieleden van mijn partner. 

3. Als aan de voorwaarde uit lid 1 niet is voldaan sluit ik, voor zover nodig, mijn partner en zijn of haar familieleden en bloedverwanten uit als (versterf) erfgena(a)m(en) van mijn nalatenschap


SLOT
De verschenen persoon is mij, notaris, bekend en de wettelijk voorgeschreven identificatie heeft plaatsgevonden. Waarvan akte is verleden te [plaats invullen door notaris] op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Nadat de zakelijke inhoud van deze akte aan de verschenen persoon is opgegeven en toegelicht, heeft deze verklaard tijdig van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen, de strekking en de gevolgen daarvan te hebben begrepen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing geen prijs te stellen. Daarna is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing door de verschenen persoon en mij, notaris, getekend om [tijdstip invullen door notaris]


Voorbeeld testament samenwonend zonder kinderen

Op, [    ], verscheen voor mij, mr. [   ], notaris te [   ]: de heer/mevrouw [Naam], geboren op [  ] te [Geboorteplaats], met nummer paspoort: [Nummer].
De verschenen persoon verklaarde de volgende uiterste wilsbeschikkingen te maken:


1. HERROEPING
Ik herroep alle eerder door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen, waaronder hetgeen ik bij een eventueel eerder codicil, daaronder niet begrepen een donorcodicil, heb bepaald.


2. RECHTSKEUZE
Ik kies als het recht dat van toepassing is op de vererving van mijn gehele nalatenschap en de afwikkeling daarvan het recht van de staat van mijn huidige nationaliteit, dit is het Nederlandse recht. Onder vererving en afwikkeling wordt in elk geval begrepen hetgeen is vermeld in artikel 23 Europese Erfrechtverordening.


3. ERFSTELLING
1. Ik benoem [Naam] (hierna te noemen: partner), geboren op [  ] te [Geboorteplaats] tot mijn enig erfgenaam.
2. Voor het geval ik tegelijk of na mijn partner kom te overlijden of mijn partner anderszins niet als rechtverkrijgende in mijn nalatenschap optreedt en voor zover ik geen afstammelingen achterlaat, beschik ik als volgt. Ik benoem tot erfgenamen samen en voor ongelijke delen, met toepassing van plaatsvervulling:
1. [Naam], geboren op [  ] te [Geboorteplaats], [  ]  procent van mijn nalatenschap.
2. [Goed Doel] te [Vestigingsplaats], [  ] procent van mijn nalatenschap.
3. [Goed Doel] te [Vestigingsplaats], [  ] procent van mijn nalatenschap.
4. [Naam], geboren op [   ] te [Geboorteplaats], [  ] procent van mijn nalatenschap.
5. [Naam], [geboren op ] te [Geboorteplaats], [  ] procent van mijn nalatenschap.
[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]


4. LEGAAT [optioneel]
Ik legateer, uit te keren binnen zes (6) maanden na mijn overlijden, zonder bijberekening van rente en kosten, aan:
1. [goed doel], een bedrag van [x].
2. [goed doel], een bedrag van [x].


5. UITSLUITINGSCLAUSULE
1. Ik bepaal dat hetgeen uit mijn nalatenschap wordt verkregen en de opbrengsten daarvan - en hetgeen daarvoor door zaaksvervanging overeenkomstig artikel 1:95 lid 1 Burgerlijk Wetboek in de plaats treedt - niet zullen vallen in enige vermogensrechtelijke gemeenschap waarin de verkrijger gerechtigd mocht zijn of worden, en niet betrokken zal worden in enige verrekening op grond van de door de verkrijger gemaakte of te maken huwelijkse voorwaarden of samenlevingscontract tussen echtgenoten of partners.
2. De uitsluitingsclausule geldt evenwel niet voor het gedeelte van de erfrechtelijke verkrijging (en de opbrengsten daarvan) dat wordt verteerd gedurende de periode dat de betreffende verkrijger gehuwd of partner is, tenzij uit een regeling tussen de verkrijger en diens partner het tegendeel voortvloeit.


6. EXECUTEURSBENOEMING
1. Ik benoem mijn partner tot verzorger van mijn begrafenis of crematie en tot (beheers)executeur in de zin van Afdeling 4.5.6. Burgerlijk Wetboek, en bepaal dat de executeur in het kader van de tot zijn of haar taak behorende voldoening van de schulden van de nalatenschap bevoegd is om zonder overleg of toestemming als bedoeld [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] te benoemen.
2. Voor het geval mijn partner deze executeursbenoeming niet kan of wil aanvaarden benoem ik in plaats van mijn partner, eventueel bij opvolging, met geheel gelijke bevoegdheden: [   ]


7. VOORWAARDE VERKRIJGING DOOR PARTNER
1.Alle beschikkingen ten behoeve van mijn partner, de benoeming tot executeur
daaronder uitdrukkelijk begrepen, zijn gemaakt onder de voorwaarde dat ik ten tijde
van mijn overlijden nog ongehuwd met mijn partner samenwoon, dan wel met mijn
partner gehuwd ben of een geregistreerd partnerschap ben aangegaan zonder dat
sprake is van scheiding van tafel en bed of van een niet-geroyeerde procedure of een
overeenkomst om te geraken tot scheiding van tafel en bed, echtscheiding of
beëindiging van het geregistreerd partnerschap, dan wel om te geraken tot
beëindiging van de samenleving in het kader van het huwelijk of partnerschap.
2. Als aan de voorwaarde uit lid 1 niet is voldaan, dan vervallen eveneens alle beschikkingen ten behoeve van bloedverwanten, die niet tevens bloedverwanten van mij zijn of familieleden van mijn partner. 
3. Als aan de voorwaarde uit lid 1 niet is voldaan sluit ik, voor zover nodig, mijn partner en zijn of haar familieleden en bloedverwanten uit als (versterf) erfgena(a)m(en) van mijn nalatenschap.
4. Aan samenwonen wordt in dit verband gelijkgesteld een samenwoning welke is onderbroken ten gevolge van wilsonafhankelijke omstandigheden, zoals opname van (één van) de partners in een verpleeginrichting, terwijl de samenwoning met mijn partner als beëindigd geldt als:
-mijn partner en ik in de gemeentelijke basisadministratie niet langer op hetzelfde adres staan ingeschreven;
-mijn partner en ik schriftelijk met elkaar zijn overeengekomen de relatie en/of de samenleving te beëindigen;
één van ons bij aangetekend schrijven aan de ander te kennen heeft gegeven de samenleving als geëindigd te beschouwen;
-mijn partner en ik blijkens een gedateerde en ondertekende schriftelijke overeenkomst zijn overgegaan tot verdeling van alle aan ons gezamenlijk toebehorende goederen;
-één van ons met een derde in het huwelijk is getreden, dan wel een geregistreerd partnerschap is aangegaan.


SLOT
De verschenen persoon is mij, notaris, bekend en de wettelijk voorgeschreven identificatie heeft plaatsgevonden. Waarvan akte is verleden te [plaats invullen door notaris] op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Nadat de zakelijke inhoud van deze akte aan de verschenen persoon is opgegeven en toegelicht, heeft deze verklaard tijdig van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen, de strekking en de gevolgen daarvan te hebben begrepen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing geen prijs te stellen. Daarna is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing door de verschenen persoon en mij, notaris, getekend om [tijdstip invullen door notaris]


Voorbeeld testament alleenstaand met kinderen

Op, [Datum], verscheen voor mij, mr. [   ], notaris te [  ]: de heer/mevrouw [  ], geboren op [   ] te [  ], met nummer paspoort: [   ].
De verschenen persoon verklaarde de volgende uiterste wilsbeschikkingen te maken:


1. HERROEPING
Ik herroep alle eerder door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen, waaronder hetgeen ik bij een eventueel eerder codicil, daaronder niet begrepen een donorcodicil, heb bepaald.


2. RECHTSKEUZE
Ik kies als het recht dat van toepassing is op de vererving van mijn gehele nalatenschap en de afwikkeling daarvan het recht van de staat van mijn huidige nationaliteit, dit is het Nederlandse recht. Onder vererving en afwikkeling wordt in elk geval begrepen hetgeen is vermeld in artikel 23 Europese Erfrechtverordening.



3. ERFSTELLING
Ik benoem tot erfgena(a)m(en), tezamen en voor gelijke delen en met toepassing van plaatsvervulling, mijn kind(eren).


4. TWEETRAPSMAKING
1. Bezwaarde en verwachter
1. Hetgeen ieder van mijn kinderen, hierna tezamen te noemen "bezwaarde", van het uit mijn nalatenschap aan hem of haar nagelatene, hierna aan te duiden met "voorwaardelijk vermogen", bij zijn of haar overlijden onverteerd zal hebben nagelaten, zal ten deel vallen aan mijn overige kinderen, tezamen en voor gelijke delen, en voor het geval ik geen kinderen nalaat aan degenen die mijn erfgenamen volgens de wet zouden zijn geweest voor de delen als in de wet bepaald, hierna te noemen "verwachter".
2. Het vorenstaande is niet van toepassing als de bezwaarde bij zijn of haar overlijden zelf nakomelingen nalaat en/of een niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]
4. Als de verwachter het tijdstip van het eindigen van het recht van de bezwaarde erfgenaam niet overleeft, treden de nakomelingen van de verwachter, staaksgewijs, in de plaats van de verwachter, ook al bestonden deze nakomelingen nog niet bij mij overlijden.
2. Bepalingen tweetrapsmaking

Kennisgeving aan verwachter
De bezwaarde dient de verwachter in kennis te stellen van het in dit testament bepaalde ten aanzien van deze tweetrapsmaking.
Beschrijving
De bezwaarde is krachtens de wet verplicht binnen drie maanden na het opleggen van de definitieve aanslag erfbelasting of, als er geen aanslag erfbelasting wordt opgelegd, binnen een jaar na het openvallen van de nalatenschap, overeenkomstig de wettelijke voorschriften een boedelbeschrijving op te maken van het voorwaardelijk vermogen en deze beschrijving aan de verwachter te overhandigen.
Administreren
De bezwaarde zal het voorwaardelijk vermogen afzonderlijk van zijn overige vermogen administreren en beleggen.
Vruchten
De vruchten van het voorwaardelijk vermogen komen toe aan de bezwaarde tenzij de vruchten van het voorwaardelijk vermogen bij het einde van het recht van de bewaarde niet zijn afgezonderd ten behoeve van het overige vermogen van de bewaarde, in welk geval zijn geacht worden te behoren tot het voorwaardelijk vermogen.
Vervreemding en/of vertering
De bezwaarde is bevoegd het voorwaardelijk vermogen te vervreemden en/of te verteren.
Verbod schenking of gift
De bezwaarde mag niet bij wijze van schenking of gift – anders dan ten gunste van de verwachter – over het voorwaardelijk vermogen beschikken. Dit verbod betreft niet de gebruikelijke kleine schenkingen.
Zekerheidstelling
De bezwaarde behoeft voor de nakoming van zijn of haar verplichtingen jegens de verwachter geen zekerheid te stellen.
Voorwaardelijk vermogen
[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]
Onderhoud, lasten en herstellingen met betrekking tot het voorwaardelijke vermogen worden door de bezwaarde verricht ten laste van het voorwaardelijk vermogen.
Einde recht bezwaarde
Het recht van de bezwaarde op het voorwaardelijk vermogen eindigt:
1. Als de bezwaarde overlijdt.
2. Als de bezwaarde in faillissement raakt, aan hem of haar surseance van betaling wordt verleend of als de wettelijke schuldsanering op hem of haar van toepassing is.
3. Als de bezwaarde afstand doet van het voorwaardelijk vermogen.


5. UITSLUITING OUDERLIJK VRUCHTGENOT
Ik sluit het ouderlijk vruchtgenot als bedoeld in artikel 253m boek 1 van het Burgerlijk Wetboek uit.


6. UITSLUITINGSCLAUSULE
1. Ik bepaal dat hetgeen uit mijn nalatenschap wordt verkregen en de opbrengsten daarvan - en hetgeen daarvoor door zaaksvervanging overeenkomstig artikel 1:95 lid 1 Burgerlijk Wetboek in de plaats treedt - niet zullen vallen in enige vermogensrechtelijke gemeenschap waarin de verkrijger gerechtigd mocht zijn of worden, en niet betrokken zal worden in enige verrekening op grond van de door de verkrijger gemaakte of te maken huwelijkse voorwaarden of samenlevingscontract tussen echtgenoten of partners.
2. De uitsluitingsclausule geldt evenwel niet voor het gedeelte van de erfrechtelijke verkrijging (en de opbrengsten daarvan) dat wordt verteerd gedurende de periode dat de betreffende verkrijger gehuwd of partner is, tenzij uit een regeling tussen de verkrijger en diens partner het tegendeel voortvloeit.


7. VOOGDIJBENOEMING
1. Als ik overlijd met achterlating van minderjarige kinderen, benoem ik tot voogd: [Naam], geboren op zes augustus negentienhonderdéénenzeventig te [Geboorteplaats] en voor het geval hij of zij die benoeming niet kan of wil aanvaarden, benoem ik in zijn of haar plaats, eventueel bij opvolging: [  ]
2. Ten aanzien van voormelde voogdij geef ik uitdrukkelijk te kennen dat het mijn wens is:
1. dat mijn minderjarige kinderen samen worden opgenomen en opgevoed in één gezin;
2. dat de maatstaven, [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]


8. BEWIND
1. Ik stel al hetgeen ik heb nagelaten aan mijn kinderen, totdat mijn kinderen de leeftijd van [   ] jaar hebben bereikt onder bewind.  [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] een kind wordt het bewind ingesteld op grond van het bepaalde in artikel 1:253i Burgerlijk Wetboek en zodra een kind meerderjarig is op grond van het bepaalde in afdeling 7 van titel 5 van boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Ik benoem tot bewindvoerder: [  ]. Indien de hiervoor benoemde bewindvoerder ontbreekt, dan wel de functie van bewindvoerder niet kan of wil uitoefenen of voltooien, benoem ik in diens plaats tot (opvolgend) bewindvoerder: [  ]
3. Ik ken de bewindvoerder voor diens werkzaamheden als bewindvoerder geen beloning toe.


9. EXECUTEURSBENOEMING
1. Ik benoem [Naam], geboren op [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] zonder overleg of toestemming als bedoeld in artikel 4:147 Burgerlijk Wetboek goederen te gelde te maken. De executeur is bevoegd om een andere executeur aan zich toe te voegen of in zijn of haar plaats te stellen, en als een executeur komt te ontbreken is de kantonrechter bevoegd om op verzoek van een belanghebbende een vervanger te benoemen.
2. Voor het geval [Naam] deze executeursbenoeming niet kan of wil aanvaarden benoem ik in plaats van [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]. 


SLOT
De verschenen persoon is mij, notaris, bekend en de wettelijk voorgeschreven identificatie heeft plaatsgevonden. Waarvan akte is verleden te [plaats invullen door notaris] op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Nadat de zakelijke inhoud van deze akte aan de verschenen persoon is opgegeven en toegelicht, heeft deze verklaard tijdig van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen, de strekking en de gevolgen daarvan te hebben begrepen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing geen prijs te stellen. Daarna is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing door de verschenen persoon en mij, notaris, getekend om [tijdstip invullen door notaris]



Voorbeeld Testament Gehuwd met Kinderen

Op, [   ], verscheen voor mij, mr. [   ], notaris te [   ]: de heer/mevrouw [Voornaam Achternaam], geboren op [   ] te [Geboorteplaats], met nummer paspoort: [nummer].


De verschenen persoon verklaarde de volgende uiterste wilsbeschikkingen te maken:


1. HERROEPING
Ik herroep alle eerder door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen, waaronder hetgeen ik bij een eventueel eerder codicil, daaronder niet begrepen een donorcodicil, heb bepaald.


2. RECHTSKEUZE
Ik kies als het recht dat van toepassing is op de vererving van mijn gehele nalatenschap en de afwikkeling daarvan het recht van de staat van mijn huidige nationaliteit, dit is het Nederlandse recht. Onder vererving en afwikkeling wordt in elk geval begrepen hetgeen is vermeld in artikel 23 Europese Erfrechtverordening.


3. ERFSTELLING
1. Ik benoem mijn partner en mijn kinderen tot mijn enige erfgenamen samen en voor gelijke delen, met toepassing van plaatsvervulling.
2. Wettelijke verdeling 
Op mijn nalatenschap is de wettelijke verdeling als bedoeld in afdeling 4.3.1 Burgerlijk Wetboek van toepassing, met dien verstande dat hierbij voor wat betreft de waardering, de rente, de opeisbaarheid en de aflosbaarheid (behoudens het bepaalde in artikel 4:17 lid 2 en 3 Burgerlijk Wetboek) steeds zal gelden hetgeen is bepaald onder ‘Geldvorderingen’ en voor wat betreft de wilsrechten het volgende: Ik hef alle verplichtingen tot overdracht van goederen, bedoeld in de artikelen 4:19 tot en met 22 Burgerlijk Wetboek, op.
3. Geldvorderingen 
Met betrekking tot de aan mijn (overige) erfgenamen krachtens erfrecht toekomende geldvorderingen op mijn partner zal voor wat betreft de waardering, de rente, de opeisbaarheid en de aflossing steeds het volgende gelden:
1. De waarde van de tot mijn nalatenschap behorende goederen en schulden zal worden vastgesteld door mijn erfgenamen in onderling overleg, of – bij gebreke daarvan – door een deskundige [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]
2. Over de geldvorderingen [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]
3. Als de vaststelling van de door mijn partner over de geldvorderingen verschuldigde rente niet binnen de aangiftetermijn voor de erfbelasting plaatsvindt, of als mocht blijken dat een binnen de aangiftetermijn voor de erfbelasting gesloten overeenkomst tot [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] inhoudende dat rentewijziging leidt tot een wijziging van de erfrechtelijke verkrijging, niet van toepassing is op een dergelijke rente-overeenkomst, dan bepaal ik het volgende:
- over de verschuldigde bedragen is, vanaf de dag van mijn overlijden tot die van de voldoening van het verschuldigde, jaarlijks een samengestelde rente verschuldigd, gelijk aan het ten tijde van mijn overlijden in (het bij) de Successiewet (behorende Uitvoeringsbesluit) opgenomen rentepercentage;
- aan mijn partner legateer ik het vruchtgebruik van iedere afzonderlijke geldvordering of van een zodanig gedeelte daarvan als mijn partner verkiest, zodat over (het gedeelte van) de geldvordering (waarvan de schuldenaar het vruchtgebruik heeft) per saldo geen oprenting zal plaatsvinden, hetgeen ook de functie is van dit vruchtgebruiklegaat;
- het vruchtgebruik vervalt op het moment dat de geldvorderingen opeisbaar worden.
4. De geldvorderingen (waaronder – voor zover niet anders bepaald – mede wordt begrepen de eventueel verschuldigde rente) zijn eerst opeisbaar bij overlijden van mijn partner. De geldvorderingen zijn echter onmiddellijk en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar als:
1. mijn partner in staat van faillissement is of wordt verklaard;
2. aan mijn partner in surseance van betaling is of wordt verleend of ten aanzien van mijn partner de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is of wordt verklaard;
3. mijn partner (her)trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat zonder het maken en handhaven van huwelijks-/partnerschapsvoorwaarden, inhoudende de uitsluiting van elke gemeenschap van goederen en uitsluiting van verrekenbedingen, met uitzondering van een verrekenbeding ten aanzien van onverteerde inkomsten waarbij de toepasselijkheid van artikel 1:141 lid 3 Burgerlijk Wetboek is uitgesloten;
4. als en voor zover een uitkering van de vordering voorkomt dat een inkomens- of vermogenstoets in de weg staat aan uitkeringen of voorzieningen van overheidswege. Hiervan is in elk geval ook sprake als door uitbetaling van de geldvorderingen  [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] zullen zijn als en voor zover dit leidt tot een verdere verlaging van de eigen bijdrage dan wel tot een verdere verhoging van de uitkering.
5. Mijn partner kan de geldvorderingen en de eventueel verschuldigde rente te allen tijde geheel of gedeeltelijk voldoen. Een betaling wordt in de eerste plaats in mindering gebracht op de rente, vervolgens op de hoofdsom, tenzij mijn partner en de desbetreffende erfgenaam samen anders hebben bepaald.
4. Subsidiaire erfstelling (vijftig/vijftig-regeling) 
Voor het geval de hiervoor omschreven erfstelling(en) – en de plaatsvervulling en de aanwas – geen effect sorteert (sorteren), benoem ik tot mijn erfgenamen:
1. voor de helft van mijn nalatenschap mijn erfgenamen volgens de wet, voor de delen als in de wet aangegeven; en
2. voor de wederhelft van mijn nalatenschap diegenen, die de erfgenamen volgens de wet van mijn partner zouden zijn, als hij of zij tegelijk met mij zou zijn overleden, voor de delen als in de wet aangegeven.


4. OPVULLEGAAT
1. Ik legateer aan mijn partner een bedrag in contanten, zodanig berekend dat dit legaat samen met de overige (fictieve) erfrechtelijke verkrijgingen van mijn partner uit mijn nalatenschap niet meer bedraagt dan hetgeen van heffing van erfbelasting, al dan niet op verzoek, is vrijgesteld. [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]
2. Dit legaat komt ten laste van mijn erfgenamen (als bedoeld in de clausule "Erfstelling"), zulks naar evenredigheid van ieders erfdeel.
3. Als één van mijn erfgenamen (als bedoeld in de clausule "Erfstelling") een of meer niet-opeisbare geldvorderingen, al dan niet krachtens erfrecht, op mijn partner heeft, zal het gelegateerde bedrag op verzoek van die erfgenaam worden verrekend met de geldvordering(en) van die erfgenaam, welke geldvordering(en) derhalve opeisbaar zal/zullen zijn voor een zodanig gedeelte als nodig is om het ten laste van die [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] verrekenen. Mijn partner is bevoegd te bepalen met welke geldvordering(en) het gelegateerde bedrag wordt verrekend.
4. Als de waarde van het door een erfgenaam verkregene (als bedoeld in de clausule "Erfstelling") met de te zijnen laste komende schulden, legaten en testamentaire lasten en rekening houdend met zijn of haar eventuele verplichting tot inbreng van giften, negatief is, zal het hiervoor aan mijn partner gemaakte legaat zodanig worden[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] verkregene (als bedoeld in de clausule "Erfstelling") nihil bedraagt. De vermindering van het gelegateerde bedrag geldt ook (naar evenredigheid van het verkregene) voor de (overige) erfgenamen.
5. Ingeval van onzekerheid of geschil omtrent de wijze of uitkomst van voormelde berekeningen zal ter zake een beslissing genomen worden door mijn partner.


5. UITSLUITINGSCLAUSULE
1. Ik bepaal dat hetgeen uit mijn nalatenschap wordt verkregen en de opbrengsten daarvan - en hetgeen daarvoor door zaaksvervanging overeenkomstig artikel 1:95 lid 1 Burgerlijk Wetboek in de plaats treedt - niet zullen vallen in enige vermogensrechtelijke gemeenschap waarin de verkrijger gerechtigd mocht zijn of worden, en niet betrokken zal worden in enige verrekening op grond van de door de verkrijger gemaakte of te maken huwelijkse voorwaarden of samenlevingscontract tussen echtgenoten of partners.
2. De uitsluitingsclausule geldt evenwel niet voor het gedeelte van de erfrechtelijke verkrijging (en de opbrengsten daarvan) dat wordt verteerd gedurende de periode dat de betreffende verkrijger gehuwd of partner is, tenzij uit een regeling tussen de verkrijger en diens partner het tegendeel voortvloeit.


6. BEROEP OP LEGITIEME
1. Als een afstammeling een beroep doet op zijn of haar legitieme portie, komt de erfstelling ten behoeve van die afstammeling te vervallen.
2. Ik bepaal voorts dat de legitimaris zijn of haar vordering uitsluitend geldend zal kunnen maken jegens mijn partner, zodat inkorting als eerste zal geschieden op hetgeen mijn partner uit mijn nalatenschap zal verkrijgen, danwel op hetgeen mijn partner zal verkrijgen op grond een handeling als bedoeld in artikel 4:126 Burgerlijk Wetboek.
3. Ten behoeve van mijn partner bepaal ik dat ten laste van mijn partner komende vorderingen terzake van de legitieme portie (zoals in het vorige lid beschreven) eerst opeisbaar zijn na het overlijden van mijn partner.


7. INBRENG GIFTEN
Mijn erfgenamen zijn verplicht tot inbreng van alle door mij aan hen gedane giften, tenzij en voor zover ter gelegenheid van enige gift uitdrukkelijk anders is bepaald.


8. EXECUTEURSBENOEMING
1. Ik benoem mijn partner tot verzorger van mijn begrafenis of crematie en tot (beheers)executeur in de zin van Afdeling 4.5.6. Burgerlijk Wetboek, en bepaal dat de executeur in het kader van de tot zijn of haar taak behorende voldoening van de schulden van de nalatenschap bevoegd is om zonder overleg of toestemming als bedoeld in artikel 4:147 Burgerlijk Wetboek goederen te gelde te maken. De executeur is bevoegd om een andere executeur aan zich toe te voegen of in zijn of haar plaats te stellen, en als een executeur komt te ontbreken is de kantonrechter bevoegd om op verzoek van een belanghebbende een vervanger te benoemen.
2. Voor het geval mijn partner deze executeursbenoeming niet kan of wil aanvaarden benoem ik in plaats van mijn partner, eventueel bij opvolging, met geheel gelijke bevoegdheden: [   ].


9. VOORWAARDE VOOR VERKRIJGING DOOR PARTNER
1. Alle beschikkingen ten behoeve van mijn partner, de eventuele benoeming tot executeur daaronder uitdrukkelijk begrepen, zijn gemaakt onder de voorwaarde dat ons huwelijk (of eventueel geregistreerd partnerschap) door mijn of zijn of haar overlijden is geëindigd, zonder dat ten tijde van het overlijden sprake is (was) van scheiding van tafel en bed of van een niet-geroyeerde procedure of een overeenkomst om te geraken [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] geen bloedverwanten van mij zijn, alsmede alle bij deze uiterste wil gedane benoemingen van mijn partner en zijn of haar vooromschreven bloedverwanten, vervallen eveneens als niet aan voornoemde voorwaarde is voldaan.
2. Als aan bedoelde voorwaarde niet is voldaan sluit ik mijn partner, voor zover nodig, uit als (versterf) erfgenaam van mijn nalatenschap.


10. VOOGDIJBENOEMING
1. Als ik tegelijkertijd met of na mijn partner overlijd met achterlating van minderjarige kinderen, benoem ik tot voogd: [  ] en voor het geval hij of zij die benoeming niet kan of wil aanvaarden, benoem ik in zijn of haar plaats, eventueel bij opvolging: [  ].
2. Ten aanzien van voormelde voogdij geef ik uitdrukkelijk te kennen dat het mijn wens is:
1. dat mijn minderjarige kinderen samen worden opgenomen en opgevoed in één gezin;
2. dat de maatstaven, [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]


11. BEWIND
1. Ik stel al hetgeen door mijn kinderen - hierna ieder aangeduid als "rechthebbende" uit mijn nalatenschap of anderszins ter zake of ten gevolge van mijn overlijden wordt verkregen, en hetgeen door zaaksvervanging overeenkomstig artikel 1:95 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek daarvoor in de plaats treedt en de opbrengsten daarvan, onder bewind, een en ander onder de volgende bepalingen:
1. Strekking van het bewind 
Ik stel dit bewind mede in om de reden dat ik de rechthebbende nog niet in staat acht om zelfstandig in het beheer van het verkregene te voorzien. Het bewind is ingesteld in het belang van de rechthebbende.
2. Aanvang en einde van het bewind; voorrang van het bewind gedurende de minderjarigheid 
Het bewind neemt een aanvang op de dag van mijn overlijden. Het bewind eindigt zodra de rechthebbende de leeftijd van [  ] jaar heeft bereikt. Het bewind zal ook na het bereiken van de hiervoor vermelde leeftijd voortduren als de rechthebbende op dat moment toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of surseance van betaling heeft aangevraagd, dan wel in staat van faillissement verkeert. Doet één van deze omstandigheden zich voor dan zal het bewind eerst eindigen als de schuldsaneringsregeling of surseance van betaling eindigt, of de aanvraag wordt afgewezen, en de rechthebbende niet binnen één maand daarna failliet wordt verklaard respectievelijk als het faillissement eindigt door homologatie van een akkoord waarmee de bewindvoerder heeft ingestemd.
3. [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]De bewindvoerder is niet aansprakelijk voor vermindering van de waarde van de aan het bewind onderworpen goederen, tenzij mocht blijken dat hij of zij niet te goeder trouw heeft gehandeld of anderszins is tekort geschoten in de zorg van een goed bewindvoerder.
[in verband met copyright zijn clausules 4-8 weggelaten]
9. Rekening en verantwoording 
De bewindvoerder dient aan de rechthebbende rekening en verantwoording af te leggen op het moment dat deze de leeftijd van achttien (18) jaar bereikt en vervolgens jaarlijks, steeds uiterlijk op de eerste juli van elk jaar over het daaraan voorafgaande kalenderjaar. De bewindvoerder is voorts te allen tijde verplicht om op eerste daartoe strekkend verzoek van en aan degene aan wie hij of zij rekening en verantwoording moet afleggen, aan te tonen dat de onder bewind gestelde goederen, of de goederen welke daarvoor in de plaats zijn getreden, nog aanwezig zijn. Aan het einde van het bewind maakt de bewindvoerder een finale rekening en verantwoording op.
10. Beslag 
Het onder bewind gestelde vermogen en de revenuen daarvan zijn niet voor inbeslagneming vatbaar.
11. Inkomsten/uitkeringen 
De bewindvoerder bepaalt of en in welke mate de vruchten (inkomsten) uit het onder bewind gestelde vermogen aan de rechthebbende ter beschikking worden gesteld. De bewindvoerder heeft de bevoegdheid om, als het belang van de rechthebbende dit naar zijn of haar oordeel vordert, aan hem of haar kapitaaluitkeringen te doen. De bewindvoerder is verplicht om op diens verzoek aan de rechthebbende uitkeringen uit inkomsten en/of vermogen te doen om de rechthebbende in staat te stellen om een opleiding/studie te volgen en/of om een woning te verwerven. Bij verschil van inzicht hieromtrent, of over de hoogte van het ter beschikking te stellen bedrag, beslist de kantonrechter.
12. Aanwijzing opvolger 
De bewindvoerder heeft de bevoegdheid om bij afzonderlijke notariële akte een opvolger met geheel gelijke bevoegdheden te benoemen, voor zover door mij niet in de opvolging is voorzien.
13. Defungeren 
De bewindvoerder zal defungeren door zijn of haar overlijden en wanneer hij of zij: - failliet gaat, surseance van betaling of faillissement aanvraagt of onder de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen komt te vallen, dan wel wanneer op goederen die wat betreft de waarde meer dan de helft van (het saldo van) zijn of haar vermogen uitmaken executoriaal beslag wordt gelegd; - onder curatele wordt gesteld of anderszins het vrije beheer over zijn of haar gehele vermogen verliest;- gedurende meer dan twee (2) maanden zijn of haar wil niet kan verklaren;- door de kantonrechter wordt ontslagen. Als de bewindvoerder defungeert zonder dat door mij in de opvolging is voorzien dan zal een nieuwe bewindvoerder met gelijke bevoegdheden worden benoemd door de kantonrechter van de woonplaats van de rechthebbende.

14. Bedanken 

De bewindvoerder heeft de bevoegdheid om te bedanken, mits hij of zij overeenkomstig het onder 12. bepaalde een opvolger heeft benoemd als door mij niet in de opvolging is voorzien.

15. Opheffen bewind 
[NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright]
16. Onvoorziene omstandigheden; geschillen 
De kantonrechter van de woonplaats van de rechthebbende kan op verzoek van de bewindvoerder of van de rechthebbende, al dan niet onder door hem te stellen voorwaarden, de regels omtrent het voeren van het bewind wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden. Geschillen welke mochten rijzen naar aanleiding van deze onderbewindstelling zullen eveneens, in eerste en hoogste instantie, door bedoelde kantonrechter worden beslist.
17. Dezelfde bewindvoerder 
Ofschoon het een afzonderlijk bewind voor ieder van de rechthebbenden betreft, zal voor elk bewind steeds dezelfde bewindvoerder optreden.
2. Tot bewindvoerder benoem ik mijn partner, danwel voor het geval hij of zij deze functie niet kan of wil aanvaarden, [   ].
3. Als een legitimaris met toepassing van artikel 4:75 lid 2 Burgerlijk Wetboek de onder 1. opgegeven grond voor de onderbewindstelling betwist, bepaal ik uitdrukkelijk dat de verkrijging [NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright NuTestamentCopyright] de legitimaris zal toekomen aan mijn overige erfgenamen, naar rato van hun erfdelen.


SLOT
De verschenen persoon is mij, notaris, bekend en de wettelijk voorgeschreven identificatie heeft plaatsgevonden. Waarvan akte is verleden te [plaats invullen door notaris] op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Nadat de zakelijke inhoud van deze akte aan de verschenen persoon is opgegeven en toegelicht, heeft deze verklaard tijdig van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen, de strekking en de gevolgen daarvan te hebben begrepen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing geen prijs te stellen. Daarna is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing door de verschenen persoon en mij, notaris, getekend om [tijdstip invullen door notaris]

Voorbeeld testament samenwonend met kinderen



Op, [datum], verscheen voor mij, mr. [    ], notaris te [  ]:de heer/mevrouw [   ], geboren op [   ] te [   ], met nummer paspoort: [  ].
De verschenen persoon verklaarde de volgende uiterste wilsbeschikkingen te maken:


1. HERROEPING
Ik herroep alle eerder door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen, waaronder hetgeen ik bij een eventueel eerder codicil, daaronder niet begrepen een donorcodicil, heb bepaald.


2. RECHTSKEUZE
Ik kies als het recht dat van toepassing is op de vererving van mijn gehele nalatenschap en de afwikkeling daarvan het recht van de staat van mijn huidige nationaliteit, dit is het Nederlandse recht. Onder vererving en afwikkeling wordt in elk geval begrepen hetgeen is vermeld in artikel 23 Europese Erfrechtverordening.


3. ERFSTELLINGEN/LEGATEN
1. Ik benoem [   ] (hierna te noemen: partner), geboren op [  ] te [  ] tot mijn enig erfgenaam.
2. Ik legateer aan ieder van mijn kinderen, een bedrag gelijk aan het erfdeel dat zij zouden hebben gekregen als zij samen met mijn partner als erfgenaam tot mijn nalatenschap waren geroepen.
3. Ter vaststelling van de grootte van het legaat moet de waardering van de goederen en schulden van mijn nalatenschap geschieden in onderling overleg. Als schulden worden in dit verband aangemerkt de schulden genoemd in artikel 4:7 lid 1 onder a. tot en met d. Burgerlijk Wetboek, zover zij van toepassing zijn. Als in onderling overleg geen overeenstemming wordt bereikt over de waardering, geschiedt deze door een deskundige, te benoemen door de kantonrechter van de rechtbank waarin ik het laatste mijn woonplaats had en, als die woonplaats buiten Nederland is gelegen, door de kantonrechter van het arrondissement ‘s-Gravenhage.
4. Als een kind onwaardig is, voor mij is overleden of het legaat verwerpt zonder een beroep te doen op zijn of haar legitieme portie, komt het legaat toe aan zijn of haar afstammelingen volgens de regels van plaatsvervulling in het erfrecht bij versterf.
5. Het legaat is opeisbaar:
1. bij het overlijden van mijn partner;
2. bij faillissement van mijn partner of wanneer de schuldsaneringsregeling op mijn partner van toepassing wordt verklaard;
3. als mijn partner trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat zonder het maken en in stand houden van huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden. Deze voorwaarden dienen in te houden de uitsluiting van elke gemeenschap van goederen zonder toevoeging van enig verrekenbeding dat leidt of kan leiden tot verrekening van door mijn partner ten huwelijk of partnerschap aangebracht vermogen tenzij mijn partner zekerheid stelt voor de voldoening van de vorderingen;
4. als en voor zover een uitkering van de vordering voorkomt dat een inkomens- of vermogenstoets in de weg staat aan uitkeringen of voorzieningen van overheidswege. Hiervan is in elk geval ook sprake als door uitbetaling van de geldvorderingen op grond van enige wettelijke regeling een lagere - direct of indirect - vermogensafhankelijke eigen bijdrage verschuldigd wordt wegens verblijf in enige instelling en wanneer het vermogen van mijn partner na aftrek van de geldvorderingen daalt onder het bedrag waarbij hij of zij aanspraak kan maken op een bijstandsuitkering dan wel enige andere uitkering in het kader van het sociale zekerheidsstelsel, met dien verstande dat de geldvorderingen slechts opeisbaar zullen zijn als en voor zover dit leidt tot een verdere verlaging van de eigen bijdrage dan wel tot een verdere verhoging van de uitkering.
6. Over het bedrag dat mijn kinderen krachtens het legaat te vorderen hebben is geen rente verschuldigd, tenzij mijn partner en de desbetreffende legataris samen binnen de ter zake van mijn nalatenschap geldende aangifte termijn voor de erfbelasting anders bepalen.
7. Mijn partner kan de hoofdsom of de daarover verschuldigde rente te allen tijde geheel of gedeeltelijk voldoen. Mijn partner is vrij te bepalen of een betaling in mindering strekt op de hoofdsom of de rente. Als mijn partner zich daaromtrent niet uitlaat, strekt een betaling in mindering op de hoofdsom.
8. Als mijn kinderen over hun verkrijging erfbelasting of door deze verkrijging andere belastingen zoals de vermogensrendementsheffingen zijn verschuldigd, dient mijn partner het door hem verschuldigde direct aan hen uit te keren of aan hen te voldoen. Hetgeen mijn partner betaalt, wordt in mindering gebracht op het bedrag dat hij of zij krachtens het legaat aan mijn kinderen verschuldigd is.
Alternatieve erfstelling
Voor het geval ik na mijn partner overlijd en ik geen afstammelingen achterlaat en ook geen huwelijks- of geregistreerd partner, benoem ik tot mijn erfgenamen:
1. Voor de ene helft van mijn nalatenschap mijn erfgenamen volgens de wet, voor de delen en op de wijze als is bepaald bij de wettelijke erfopvolging gelden ten tijde van mijn overlijden;
2. Voor de andere helft van mijn nalatenschap diegenen die de erfgenamen volgens de wet van mijn partner zouden zijn als mijn partner tegelijk met mij zou zijn overleden, voor de delen en op de wijze als is bepaald bij de wettelijke erfopvolging geldend ten tijde van mijn overlijden. De in het tweede lid genoemde personen zullen uitsluitend van mij erven als ik als erfgenaam in de nalatenschap van mijn partner ben opgetreden.


4. OPVULLEGAAT
1. Ik legateer aan mijn partner een bedrag in contanten, zodanig berekend dat dit legaat samen met de overige (fictieve) erfrechtelijke verkrijgingen van mijn partner uit mijn nalatenschap niet meer bedraagt dan hetgeen van heffing van erfbelasting, al dan niet op verzoek, is vrijgesteld. Mijn partner heeft de bevoegdheid om slechts een gedeelte van het aldus gelegateerde bedrag te aanvaarden.
2. Dit legaat komt ten laste van mijn legatarissen (als bedoeld in de clausule "Erfstellingen/Legaten"), zulks naar evenredigheid van ieders legaat.
3. Als één van mijn legatarissen (als bedoeld in de clausule "Erfstellingen/Legaten") een of meer niet-opeisbare geldvorderingen, al dan niet krachtens erfrecht, op mijn partner heeft, zal het gelegateerde bedrag op verzoek van die legataris worden verrekend met de geldvordering(en) van die legataris, welke geldvordering(en) derhalve opeisbaar zal/zullen zijn voor een zodanig gedeelte als nodig is om het ten laste van die legataris komende deel van het legaat te kunnen verrekenen. Mijn partner is bevoegd te bepalen met welke geldvordering(en) het gelegateerde bedrag wordt verrekend.
4. Als de waarde van het door een legataris verkregene (als bedoeld in de clausule "Erfstellingen/Legaten") met de te zijnen laste komende schulden, legaten en testamentaire lasten en rekening houdend met zijn of haar eventuele verplichting tot inbreng van giften, negatief is, zal het hiervoor aan mijn partner gemaakte legaat zodanig worden verminderd dat de waarde van het door een legataris verkregene (als bedoeld in de clausule "Erfstellingen/Legaten") nihil bedraagt. De vermindering van het gelegateerde bedrag geldt ook (naar evenredigheid van het verkregene) voor de (overige) legatarissen.
5. Ingeval van onzekerheid of geschil omtrent de wijze of uitkomst van voormelde berekeningen zal ter zake een beslissing genomen worden door mijn partner.


5. UITSLUITINGSCLAUSULE
1. Ik bepaal dat hetgeen uit mijn nalatenschap wordt verkregen en de opbrengsten daarvan - en hetgeen daarvoor door zaaksvervanging overeenkomstig artikel 1:95 lid 1 Burgerlijk Wetboek in de plaats treedt - niet zullen vallen in enige vermogensrechtelijke gemeenschap waarin de verkrijger gerechtigd mocht zijn of worden, en niet betrokken zal worden in enige verrekening op grond van de door de verkrijger gemaakte of te maken huwelijkse voorwaarden of samenlevingscontract tussen echtgenoten of partners.
2. De uitsluitingsclausule geldt evenwel niet voor het gedeelte van de erfrechtelijke verkrijging (en de opbrengsten daarvan) dat wordt verteerd gedurende de periode dat de betreffende verkrijger gehuwd of partner is, tenzij uit een regeling tussen de verkrijger en diens partner het tegendeel voortvloeit.


6. BEROEP OP LEGITIEME
1. Als een afstammeling een beroep doet op zijn of haar legitieme portie, komt het aan hem of haar gemaakte legaat te vervallen.
2. Ik bepaal voorts dat de legitimaris zijn of haar vordering uitsluitend geldend zal kunnen maken jegens mijn partner, zodat inkorting als eerste zal geschieden op hetgeen mijn partner uit mijn nalatenschap zal verkrijgen, danwel op hetgeen mijn partner zal verkrijgen op grond een handeling als bedoeld in artikel 4:126 Burgerlijk Wetboek.
3. Ten behoeve van mijn partner bepaal ik dat ten laste van mijn partner komende vorderingen terzake van de legitieme portie (zoals in het vorige lid beschreven) eerst opeisbaar zijn na het overlijden van mijn partner.


7. INBRENG GIFTEN
Mijn erfgenamen zijn verplicht tot inbreng van alle door mij aan hen gedane giften, tenzij en voor zover ter gelegenheid van enige gift uitdrukkelijk anders is bepaald.



8. EXECUTEURSBENOEMING
1. Ik benoem mijn partner tot verzorger van mijn begrafenis of crematie en tot (beheers)executeur in de zin van Afdeling 4.5.6. Burgerlijk Wetboek, en bepaal dat de executeur in het kader van de tot zijn of haar taak behorende voldoening van de schulden van de nalatenschap bevoegd is om zonder overleg of toestemming als bedoeld in artikel 4:147 Burgerlijk Wetboek goederen te gelde te maken. De executeur is bevoegd om een andere executeur aan zich toe te voegen of in zijn of haar plaats te stellen, en als een executeur komt te ontbreken is de kantonrechter bevoegd om op verzoek van een belanghebbende een vervanger te benoemen.
2. Voor het geval mijn partner deze executeursbenoeming niet kan of wil aanvaarden benoem ik in plaats van mijn partner, eventueel bij opvolging, met geheel gelijke bevoegdheden: [   ], geboren op [  ] te [   ].



9. VOORWAARDE VOOR VERKRIJGING DOOR PARTNER
1. Alle beschikkingen ten behoeve van mijn partner, de benoeming tot executeur daaronder uitdrukkelijk begrepen, zijn gemaakt onder de voorwaarde dat ik ten tijde van mijn overlijden nog ongehuwd met mijn partner samenwoon, dan wel met mijn partner gehuwd ben of een geregistreerd partnerschap ben aangegaan zonder dat sprake is van scheiding van tafel en bed of van een niet-geroyeerde procedure of een overeenkomst om te geraken tot scheiding van tafel en bed, echtscheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap, dan wel om te geraken tot beëindiging van de samenleving in het kader van het huwelijk of partnerschap. De beschikkingen getroffen ten voordele van de bloedverwanten van mijn partner, die geen bloedverwanten van mij zijn, alsmede alle bij deze uiterste wil gedane benoemingen van mijn partner en zijn of haar vooromschreven bloedverwanten, vervallen eveneens als niet aan voornoemde voorwaarde is voldaan.
2. Als aan bedoelde voorwaarde niet is voldaan sluit ik mijn partner, voor zover nodig, uit als (versterf) erfgenaam van mijn nalatenschap.
3. Aan samenwonen wordt in dit verband gelijkgesteld een samenwoning welke is onderbroken ten gevolge van wilsonafhankelijke omstandigheden, zoals opname van (één van) de partners in een verpleeginrichting, terwijl de samenwoning met mijn partner als beëindigd geldt als:
- mijn partner en ik in de gemeentelijke basisadministratie niet langer op hetzelfde adres staan ingeschreven;
- mijn partner en ik schriftelijk met elkaar zijn overeengekomen de relatie en/of de samenleving te beëindigen;
- één van ons bij aangetekend schrijven aan de ander te kennen heeft gegeven de samenleving als geëindigd te beschouwen;
- mijn partner en ik blijkens een gedateerde en ondertekende schriftelijke overeenkomst zijn overgegaan tot verdeling van alle aan ons gezamenlijk toebehorende goederen;
- één van ons met een derde in het huwelijk is getreden, dan wel een geregistreerd partnerschap is aangegaan.


10. VOOGDIJBENOEMING
1. Als ik tegelijkertijd met of na mijn partner overlijd met achterlating van minderjarige kinderen, benoem ik tot voogd: [   ], geboren op [  ] te [   ] en voor het geval hij of zij die benoeming niet kan of wil aanvaarden, benoem ik in zijn of haar plaats, eventueel bij opvolging: [   ], geboren op [  ] te [   ].
2. Ten aanzien van voormelde voogdij geef ik uitdrukkelijk te kennen dat het mijn wens is:
1. dat mijn minderjarige kinderen samen worden opgenomen en opgevoed in één gezin;
2. dat de maatstaven, die door de voogd bij de opvoeding van mijn kinderen gehanteerd worden, zoveel mogelijk zullen overeenkomen met de maatstaven welke ik gehanteerd zou hebben, wat onder meer inhoudt dat een goede opvoeding, opleiding en vorming belangrijker zijn dan de instandhouding van het vermogen van mijn kinderen.



11. BEWIND
1. Ik stel al hetgeen door mijn kinderen - hierna ieder aangeduid als "rechthebbende" uit mijn nalatenschap of anderszins ter zake of ten gevolge van mijn overlijden wordt verkregen, en hetgeen door zaaksvervanging overeenkomstig artikel 1:95 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek daarvoor in de plaats treedt en de opbrengsten daarvan, onder bewind, een en ander onder de volgende bepalingen:
1. Strekking van het bewind 
Ik stel dit bewind mede in om de reden dat ik de rechthebbende nog niet in staat acht om zelfstandig in het beheer van het verkregene te voorzien. Het bewind is ingesteld in het belang van de rechthebbende.
2. Aanvang en einde van het bewind; voorrang van het bewind gedurende de minderjarigheid 
Het bewind neemt een aanvang op de dag van mijn overlijden. Het bewind eindigt zodra de rechthebbende de leeftijd van éénentwintig (21) jaar heeft bereikt. Het bewind zal ook na het bereiken van de hiervoor vermelde leeftijd voortduren als de rechthebbende op dat moment toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of surseance van betaling heeft aangevraagd, dan wel in staat van faillissement verkeert. Doet één van deze omstandigheden zich voor dan zal het bewind eerst eindigen als de schuldsaneringsregeling of surseance van betaling eindigt, of de aanvraag wordt afgewezen, en de rechthebbende niet binnen één maand daarna failliet wordt verklaard respectievelijk als het faillissement eindigt door homologatie van een akkoord waarmee de bewindvoerder heeft ingestemd.
3. Voorrang dwingend recht 
De bepalingen van dit bewind zullen slechts gelden voor zover deze niet in strijd zijn met de dwingendrechtelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.
4. Boedelbeschrijving 
De bewindvoerder is verplicht om zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk negen (9) maanden na mijn overlijden, bij notariële akte een beschrijving op te maken van de goederen waarop het bewind betrekking heeft.
5. Beheer en beschikking; vertegenwoordigingsbevoegdheid 
De bewindvoerder is - behoudens de eventueel vereiste machtiging of goedkeuring van de kantonrechter tijdens de minderjarigheid van de rechthebbende - zelfstandig beheers- en beschikkingsbevoegd met betrekking tot het onder bewind gestelde vermogen en is voorts bevoegd tot het uitoefenen van zeggenschapsrechten, zoals het vergader- en stemrecht, zonder daartoe de medewerking of goedkeuring van (de wettelijk vertegenwoordiger van) de rechthebbende te behoeven. Er mag niet worden belegd in fondsen met een hoog risicoprofiel. De bewindvoerder mag uitsluitend als vertegenwoordiger van de rechthebbende optreden en mag niet in eigen naam handelen; de bepalingen van titel 3 van Boek 3 Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op de rechten en verplichtingen van een wederpartij. Regels die de bevoegdheid van de bewindvoerder betreffen, en feiten die voor een oordeel omtrent zijn of haar bevoegdheid van belang zijn, kunnen niet aan de wederpartij worden tegengeworpen, als deze met die regels of feiten niet bekend was of behoorde te zijn.
6. Zekerheidstelling 
De bewindvoerder is vrijgesteld van de verplichting om zekerheid te stellen.
7. Publicatie 
Het bewind dient, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4:160 lid 2 Burgerlijk Wetboek, te worden gepubliceerd in de openbare registers, in het handelsregister en in het (de) aandeelhoudersregister(s) van de vennootschap(pen) op welke aandelen het bewind betrekking heeft.
8. Aansprakelijkheid 
De bewindvoerder is niet aansprakelijk voor vermindering van de waarde van de aan het bewind onderworpen goederen, tenzij mocht blijken dat hij of zij niet te goeder trouw heeft gehandeld of anderszins is tekort geschoten in de zorg van een goed bewindvoerder.
9. Rekening en verantwoording 
De bewindvoerder dient aan de rechthebbende rekening en verantwoording af te leggen op het moment dat deze de leeftijd van achttien (18) jaar bereikt en vervolgens jaarlijks, steeds uiterlijk op de eerste juli van elk jaar over het daaraan voorafgaande kalenderjaar. De bewindvoerder is voorts te allen tijde verplicht om op eerste daartoe strekkend verzoek van en aan degene aan wie hij of zij rekening en verantwoording moet afleggen, aan te tonen dat de onder bewind gestelde goederen, of de goederen welke daarvoor in de plaats zijn getreden, nog aanwezig zijn. Aan het einde van het bewind maakt de bewindvoerder een finale rekening en verantwoording op.
10. Beslag 
Het onder bewind gestelde vermogen en de revenuen daarvan zijn niet voor inbeslagneming vatbaar.
11. Inkomsten/uitkeringen 
De bewindvoerder bepaalt of en in welke mate de vruchten (inkomsten) uit het onder bewind gestelde vermogen aan de rechthebbende ter beschikking worden gesteld. De bewindvoerder heeft de bevoegdheid om, als het belang van de rechthebbende dit naar zijn of haar oordeel vordert, aan hem of haar kapitaaluitkeringen te doen. De bewindvoerder is verplicht om op diens verzoek aan de rechthebbende uitkeringen uit inkomsten en/of vermogen te doen om de rechthebbende in staat te stellen om een opleiding/studie te volgen en/of om een woning te verwerven. Bij verschil van inzicht hieromtrent, of over de hoogte van het ter beschikking te stellen bedrag, beslist de kantonrechter.
12. Aanwijzing opvolger 
De bewindvoerder heeft de bevoegdheid om bij afzonderlijke notariële akte een opvolger met geheel gelijke bevoegdheden te benoemen, voor zover door mij niet in de opvolging is voorzien.
13. Defungeren 
De bewindvoerder zal defungeren door zijn of haar overlijden en wanneer hij of zij: 
- failliet gaat, surseance van betaling of faillissement aanvraagt of onder de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen komt te vallen, dan wel wanneer op goederen die wat betreft de waarde meer dan de helft van (het saldo van) zijn of haar vermogen uitmaken executoriaal beslag wordt gelegd;
- onder curatele wordt gesteld of anderszins het vrije beheer over zijn of haar gehele vermogen verliest;
- gedurende meer dan twee (2) maanden zijn of haar wil niet kan verklaren;
- door de kantonrechter wordt ontslagen.
Als de bewindvoerder defungeert zonder dat door mij in de opvolging is voorzien dan zal een nieuwe bewindvoerder met gelijke bevoegdheden worden benoemd door de kantonrechter van de woonplaats van de rechthebbende.
14. Bedanken 
De bewindvoerder heeft de bevoegdheid om te bedanken, mits hij of zij overeenkomstig het onder 12. bepaalde een opvolger heeft benoemd als door mij niet in de opvolging is voorzien.
15. Opheffen bewind 
De rechtbank kan het bewind op verzoek van de bewindvoerder opheffen op grond van onvoorziene omstandigheden, of wanneer aannemelijk is dat de rechthebbende de onder bewind staande goederen zelf op verantwoorde wijze zal kunnen besturen. Een dergelijke opheffing is slechts mogelijk met instemming van de rechthebbende. Bij afwijzing van een verzoek tot opheffing van het bewind kan de rechtbank des verzocht de regels omtrent het bewind, al dan niet onder door hem of haar te stellen voorwaarden, wijzigen.
16. Onvoorziene omstandigheden; geschillen 
De kantonrechter van de woonplaats van de rechthebbende kan op verzoek van de bewindvoerder of van de rechthebbende, al dan niet onder door hem te stellen voorwaarden, de regels omtrent het voeren van het bewind wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden. Geschillen welke mochten rijzen naar aanleiding van deze onderbewindstelling zullen eveneens, in eerste en hoogste instantie, door bedoelde kantonrechter worden beslist.
17. Dezelfde bewindvoerder 
Ofschoon het een afzonderlijk bewind voor ieder van de rechthebbenden betreft, zal voor elk bewind steeds dezelfde bewindvoerder optreden.
2. Tot bewindvoerder benoem ik [   ].
3. Als een legitimaris met toepassing van artikel 4:75 lid 2 Burgerlijk Wetboek de onder 1. opgegeven grond voor de onderbewindstelling betwist, bepaal ik uitdrukkelijk dat de verkrijging van deze legitimaris in het geval dat de opgegeven grond inderdaad juist is en in het geval dat de opgegeven grond onjuist is maar de in artikel 4:75 lid 3 Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaring niet wordt afgelegd, wordt verminderd tot een verkrijging waarvan de waarde correspondeert met de legitieme aanspraak. Het aldus vrijvallende gedeelte van de verkrijging van de legitimaris zal toekomen aan mijn overige erfgenamen, naar rato van hun erfdelen.


SLOT
De verschenen persoon is mij, notaris, bekend en de wettelijk voorgeschreven identificatie heeft plaatsgevonden. Waarvan akte is verleden te [   ] op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. Nadat de zakelijke inhoud van deze akte aan de verschenen persoon is opgegeven en toegelicht, heeft deze verklaard tijdig van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen, de strekking en de gevolgen daarvan te hebben begrepen, daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing geen prijs te stellen. Daarna is deze akte onmiddellijk na beperkte voorlezing door de verschenen persoon en mij, notaris, getekend om [   ] 




Back Naar woordenboek