Partnervrijstelling

Een bijzonderheid aan de Nederlandse erfbelasting is dat deze voor iedere erfgenaam afzonderlijk wordt berekend. Elke erfgenaam heeft hierbij recht op een eigen vrijstelling. Een gunstig gevolg daarvan is dat je de erfbelasting kunt verlagen door een testament te maken waarin je de erfenis op een slimme manier verdeelt over de beschikbare vrijstellingen. Op deze pagina leg ik uit hoe de partnervrijstelling werkt en hoe je deze optimaal kunt benutten om erfbelasting te besparen.

Author Image

Door: K. Schenau

Laatst geupdate: 18-06-2026

Back

Wat is de partnervrijstelling?

De partnervrijstelling is een extra hoge vrijstelling in de erfbelasting voor de langstlevende partner van de overledene. Deze vrijstelling maakt het mogelijk om de langstlevende goed verzorgd achter te laten, zonder een hoge heffing van erfbelasting. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de langstlevende een koopwoning erft met veel overwaarde. Dankzij de partnervrijstelling kan dit in veel gevallen zonder erfbelasting.

Wie heeft er recht op de partnervrijstelling?

Over de vrijstellingen voor de erfbelasting bestaan meerdere misverstanden. Het gebeurt bijvoorbeeld vaak dat mensen de vrijstellingen op een verkeerde manier toepassen bij het berekenen van de erfbelasting. Hierdoor kun je de erfbelasting zowel te laag als te hoog inschatten.

Ook is het voor veel mensen niet duidelijk wie er recht heeft op de partnervrijstelling. Dit wordt mede veroorzaakt doordat de overheid meerdere partnerbegrippen gebruikt, met verschillende voorwaarden. Zo kan het gebeuren dat iemand voor de ene regeling wel partner is maar voor de andere regeling niet.

De vrijstelling voor echtgenoten en geregistreerde partners

Vanzelfsprekend hebben echtgenoten en geregistreerde partners altijd recht op de partnervrijstelling. Hierbij maakt het niet uit hoe lang het huwelijk of partnerschap heeft geduurd. Ook is het niet van belang of beide partners nog op hetzelfde adres staan ingeschreven. Woonde de overleden echtgenoot bijvoorbeeld in een verpleeghuis? Dan heeft de thuiswonende langstlevende echtgenoot nog steeds recht op de partnervrijstelling.

Let op: met geregistreerde partners wordt bedoeld dat er sprake is van een officieel geregistreerd partnerschap dat bij de gemeente is aangegaan. Het begrip “geregistreerde partner” moet je niet verwarren met fiscaal partner (inkomstenbelasting) of toeslagpartner (zorgtoeslag en huurtoeslag). Dit zijn andere begrippen met afwijkende voorwaarden.

De vrijstelling voor samenwoners

Naast echtgenoten en geregistreerde partners kunnen ook samenwoners recht hebben op de partnervrijstelling:

Bovenstaande termijnen beginnen te lopen op het moment dat beide samenwoners zijn ingeschreven op hetzelfde adres. Samenwoners die niet in aanmerking komen voor de partnervrijstelling hebben recht op de algemene vrijstelling van € 2.769 (in het jaar 2026). Boven deze vrijstelling bedraagt de erfbelasting minimaal 30%!

Let op: echtgenoten en geregistreerde partners zijn automatisch erfgenaam op grond van de wet. Voor samenwoners geldt dat niet. Samenwoners die elkaar tot erfgenaam willen benoemen in een testament kunnen dit online regelen bij NuNotariaat. Meer informatie vind je op de pagina Samenlevingscontract.

Hoe hoog is de partnervrijstelling?

De partnervrijstelling bedraagt in 2026 maximaal € 828.035. Veel mensen weten niet dat het bedrag van de partnervrijstelling variabel is. Een deel van de waarde van het nabestaandenpensioen komt namelijk in mindering op de vrijstelling. Het nabestaandenpensioen is een maandelijkse uitkering die de langstlevende partner ontvangt van het pensioenfonds van de overleden partner. Over deze uitkering betaalt de langstlevende geen erfbelasting. Maar een deel van de waarde van de uitkering komt wel in mindering op de partnervrijstelling. Dit wordt 'pensioenimputatie' genoemd.

Voorbeeld pensioenimputatie

Stel dat een langstlevende partner van 76 jaar een bruto nabestaandenpensioen ontvangt van € 1.500 per maand. Per jaar ontvangt de langstlevende dan € 18.000. Op grond van de leeftijdstabel van de Belastingdienst heeft de pensioenaanspraak op de datum van overlijden een waarde van € 90.000. Vervolgens wordt dit bedrag met 30% verlaagd vanwege de toekomstige belastingdruk (de langstlevende betaalt namelijk inkomstenbelasting over het pensioen). Daarna komt de helft van de resterende waarde in mindering op de partnervrijstelling. In dit voorbeeld wordt de maximale partnervrijstelling van € 828.035 (in 2026) verlaagd met € 31.500 tot € 796.535.

In de meeste gevallen is de verlaagde vrijstelling nog steeds hoger dan het erfdeel van de langstlevende. Daarom is het onderwerp pensioenimputatie niet van belang bij een doorsnee erfenis. Bij een groot vermogen of een zeer hoog nabestaandenpensioen kan de pensioenimputatie wel gevolgen hebben voor de erfbelasting.

De erfbelasting tarieven boven de vrijstelling

Boven de partnervrijstelling zijn er twee tariefschijven voor de erfbelasting. In 2026 betaalt een partner 10% over de eerste schijf van 158.669. Daarboven is de erfbelasting 20% in de tweede schijf. 

Het hogere tarief geldt alleen voor het meerdere. Stel dat een langstlevende partner een erfdeel krijgt van € 1.000.000. Dan is hiervan € 828.035 vrijgesteld. Daarna resteert nog € 171.965. Hiervan wordt € 158.669 belast met 10% en € 13.296 met 20%. De totale erfbelasting bedraagt in dit geval € 18.526. 

De partnervrijstelling gebruiken om de erfbelasting te verlagen

In de inleiding schreef ik al dat je de erfenis op een handige manier kunt verdelen in een testament, waardoor jouw erfgenamen minder erfbelasting betalen. Een simpel voorbeeld hiervan is een legaat voor de kleinkinderen. Als je de kleinkinderen opneemt in je testament zijn er meer vrijstellingen van toepassing. Hierdoor wordt over een groter deel van je erfenis geen erfbelasting betaald.

De populairste fiscale constructie voor echtparen is het zogenoemde opvullegaat. Standaard hebben de langstlevende partner en de kinderen allemaal een gelijk erfdeel. Stel bijvoorbeeld dat een echtpaar met twee kinderen een gemeenschap van goederen heeft die € 360.000 waard is. De helft van dit bedrag vererft op het moment dat de eerste van beide echtgenoten overlijdt. De erfenis bedraagt dus € 180.000. Er zijn drie erfgenamen (de langstlevende en de beide kinderen) die ieder recht hebben op een erfdeel van € 60.000. Alle bezittingen worden op grond van de wet toegedeeld aan de langstlevende. De kinderen erven in ruil hiervoor een niet-opeisbare geldvordering op de langstlevende van € 60.000 per persoon.

Erfdeel kinderen is vaak groter dan hun vrijstelling

In veel gevallen is het erfdeel van de kinderen meer waard dan de vrijstelling (€ 26.230 per kind in 2026) en is het erfdeel van de langstlevende minder waard dan de vrijstelling (maximaal € 828.035 in 2026). Dit leidt tot een onnodig hoge heffing van erfbelasting bij het overlijden van de eerste van beide echtgenoten. Daarom maken veel echtparen een testament met een opvullegaat.

De oplossing is een opvullegaat

Het opvullegaat is een geldbedrag dat de langstlevende ontvangt bovenop zijn of haar eigen erfdeel. Hierdoor wordt het erfdeel van de langstlevende groter en wordt het erfdeel van de kinderen kleiner. Omdat de langstlevende nog ruimte over heeft in zijn of haar vrijstelling gaat de erfbelasting omlaag.

Echtparen en geregistreerde partners kunnen bij NuNotariaat online een testament maken met het bovengenoemde opvullegaat. Lees hier meer over het opvullegaat.

Dit regel je met NuNotariaat

Vraag een gratis en vrijblijvend informatiepakket aan