Alles geregeld voor 1 vaste prijs Makkelijk online invullen Complete notariële akte

Kennisbank

Rekenvoorbeeld erfbelasting besparen met flexibel testament

Met een flexibel testament waarin een opvullegaat en AWBZ clausule zijn opgenomen kan worden bespaard op erfbelasting en zorgkosten. In dit Item wordt dit aan de hand van een eenvoudig rekenvoorbeeld uitgelegd.

Hieronder volgt een indicatief rekenvoorbeeld (waaraan geen rechten kunnen worden ontleend) hoe u zelf een inschatting kunt maken van de verschuldigde erfbelasting (ook wel successierechten genoemd) als één van u beiden komt te overlijden. De fiscale tarieven worden ieder jaar geïndexeerd. De meeste mensen weten -gelukkig- niet wanneer zij gaan overlijden en hoeveel tijd er verstrijkt tussen het overlijden van beide partners. In dit item wordt uitgelegd hoe het opvullegaat en ook de AWBZ clausule flexibel kan worden toegepast bij de aangifte erfbelasting als u of uw partner overlijdt. Daar heeft u meer aan dan een exacte berekening van de te betalen erfbelasting als een van u beiden nu zou overlijden. Als u onderstaande berekening kunt volgen, begrijpt u dat het verstandig is om een flexibel testament mét opvullegaat én AWBZ-clausule op te stellen. Als u hier vragen over heeft, neemt u dan gerust contact met ons op.  

-> Uitgangspunten voor het voorbeeld:

1. Als een van u beiden komt te overlijden dan bedraagt de waarde van de erfenis 300.000 euro (inclusief de waarde van de gezamenlijke woning minus de hypotheekschuld (de overwaarde))

2. U heeft samen 2 kinderen (al dan niet meerderjarig).

3. U overlijdt in 2021.

Variant 1: U heeft allebei geen opvullegaat in uw testament opgenomen

Er zijn drie erfgenamen, uw partner en de twee kinderen. Alle drie erven zij op grond van de wet een gelijk deel: 100.000 euro. Uw partner maakt gebruik van de langstlevende regeling en hoeft niets uit te keren aan de kinderen. De kinderen krijgen een niet opeisbare vordering op uw partner (de langstlevende regeling). De erfenis van uw partner is lager dan de partnervrijstelling (in 2021 ruim 670.000 euro). Uw partner hoeft dus over de eigen erfenis geen erfbelasting af te dragen. De erfenis van de kinderen is groter dan de kindvrijstelling (van circa 21.000 euro) en daar is dus wel erfbelasting over verschuldigd. De wet bepaalt dat de langstlevende ouder deze erfbelasting moet betalen. De erfbelasting die moet worden afgedragen over de kindsdelen bedraagt circa 15.800 euro. Berekening: 100.000 minus 21.000 = 79.000, het belastingtarief is 10%, dus 7.900 euro per kind. Er zijn twee kinderen in dit voorbeeld dus totaal is er 15.800 euro verschuldigd.

Variant 2: U heeft allebei een flexibel testament met een opvullegaat 

Uw partner kan het opvullegaat gebruiken en daarmee de erfenis van de kinderen bij de aangifte van de erfbelasting verlagen tot het op dat moment vrijgestelde bedrag voor de erfbelasting. De kindvrijstelling voor de erfbelasting bij uw overlijden bedraagt 21.000 euro (vrijstelling 2021). De omvang van uw erfenis was 300.000. Uw partner stelt de erfenis van de kinderen vast op 21.000 elk (samen 42.000) zodat er geen erfbelasting is verschuldigd over de kindsdelen. Het restant (300.000 minus 42.000) is kleiner dan de partnervrijstelling van 670.000 euro. Door toepassing van het opvullegaat is er geen erfbelasting verschuldigd.

Betaling van erfbelasting zal bij het eerste overlijden in veel gevallen voorkomen kunnen worden als het opvullegaat wordt gebruikt en de erfenis van de kinderen wordt verlaagd tot het vrijgestelde bedrag van 21.000 euro en de erfenis van de partner niet boven de partnervrijstelling van 670.000 uitkomt. 

Variant 3: U heeft allebei naast een opvullegaat ook een zogenaamde AWBZ-clausule in uw testament opgenomen.

De AWBZ-clausule is ontstaan toen de eigen zorgbijdrage op grond van de AWBZ werd ingevoerd. Inmiddels heet deze regeling niet meer AWBZ maar Wet langdurige zorg. De naam AWBZ-clausule is echter blijven bestaan. Als u de term WLZ clausule of zorgbijdrage-clausule tegenkomt wordt hetzelfde bedoeld. 

De AWBZ clausule is een opeisingsrecht van de kinderen. Zoals hierboven beschreven krijgen de kinderen bij het overlijden van de eerste ouder alleen een niet-opeisbare vordering op de nog levende ouder ter hoogte van hun erfenis. De AWBZ-clausule in het testament bepaalt dat dit recht voor de kinderen opeisbaar wordt indien de langstlevende in een zorginstelling wordt opgenomen. Op grond van de Wet langdurige zorg (voorheen AWBZ) moet iemand die wordt opgenomen in een zorginstelling een eigen bijdrage betalen op basis van het vermogen en pensioeninkomen. Een niet-opeisbare vordering van de kinderen valt binnen het vermogen van de langstlevende doordat deze voor de kinderen niet opeisbaar is. De erfenis waar de kinderen dus recht op hebben kan leiden tot een hogere eigen bijdrage voor de zorg. Nog wranger, als de langstlevende lang in de zorginstelling verblijft dan verdampt het gehele vermogen inclusief de erfenis van de kinderen als gevolg van de maandelijkse eigen bijdrage (die kan oplopen tot rond de 3000 euro), terwijl over die erfenissen van de kinderen destijds nota bene al erfbelasting is afgedragen. De AWBZ-clausule zorgt er dus voor dat de kinderen hun recht op de erfenis uit het overlijden van de eerste ouder kunnen opeisen.  

Terug naar de uitgangspunten van het rekenvoorbeeld hierboven. Als u een AWBZ-clausule in uw testament heeft opgenomen, kunnen de kinderen hun erfenis (in de rekenvoorbeelden hierboven 100.000 euro (variant 1) of 21.000 euro ((variant 2) met maximale toepassing van het opvullegaat) opeisen als de langstlevende ouder in een verzorgingsinstelling wordt opgenomen. Hiermee wordt mogelijk de eigen bijdrage voor de zorg verlaagd en wordt in ieder geval voorkomen dat de erfenis van de kinderen opgaat aan de verschuldigde eigen bijdrage voor de zorg van de langstlevende ouder.

Back Naar woordenboek

Dit regel je met NuNotariaat

Vraag een gratis en vrijblijvend informatiepakket aan