Alles geregeld voor 1 vaste prijs Makkelijk online invullen Complete notariële akte

Kennisbank

Langstlevende testament

In het langstlevende testament wordt geregeld dat partner en kinderen erven. De kinderen kunnen de erfenis echter in beginsel pas opeisen als beide ouders zijn overleden.

Heeft u geen testament, maar is er wel sprake van een geregistreerd partnerschap of huwelijk? Dan erft uw partner altijd van u op grond van de wettelijke regeling. Kort gezegd houdt dit in dat de partner de beschikking houdt over het vermogen en alle spullen, en de kinderen een niet-opeisbare vordering krijgen op de langstlevende partner voor dat deel dat zij erven als de eerste ouder komt te overlijden. Deze vordering is - behoudens enkele uitzonderingen waar hieronder uitgebreid op wordt ingegaan - pas opeisbaar als beide ouders zijn overleden. Dit is de zogenaamde langstlevende regeling die standaard voor gehuwden en geregistreerd partners geldt.

Bent u ongehuwd samenwonend?

In het geval u niet gehuwd bent of geen geregistreerd partnerschap hebt, geldt de wettelijke regeling niet automatisch. Terwijl dat vaak wel wenselijk is. Samenwonenden hebben altijd een testament nodig om van elkaar te erven en een langstlevende regeling te treffen. Ongehuwde samenwoners kunnen dus geen aanspraak maken op een wettelijke langstlevende regeling.

Er is geen standaard langstlevende testament. Er zijn zeer veel variaties mogelijk die alle voor een deel aansluiten bij de wettelijke regeling en afwijken op andere punten. Ook voor gehuwden of geregistreerd partners die wel beschermd worden door de wettelijke regeling, zijn er dan ook vaak belangrijke argumenten om tóch een testament te nemen. Bijvoorbeeld om uitstel erfbelasting te regelen via een opvullegaat, te besparen op zorgkosten met de AWBZ-clausule of om de voogdij en/of bewind te regelen. Ook als u uitsluiting van de koude kant wilt regelen, heeft u een testament nodig.

Niet-opeisbare vordering kinderen

Het belangrijkste gevolg van de langstlevende regeling is dus dat de kinderen een niet-opeisbare vordering krijgen bij het overlijden van de eerste ouder. Hieronder wordt wat dieper ingegaan op de gevolgen van het langstlevende regime voor de kinderen en wanneer de niet-opeisbare vordering opeisbaar wordt.

De langstlevende regeling vóór de wetswijziging van 2003

Voor 2003 moest de langstlevende regeling in het testament worden vastgelegd. De meeste mensen deden dit niet alleen om fiscale redenen. Zonder een langstlevende regeling konden de kinderen hun erfenis bij het overlijden van een van de ouders meteen opeisen. Ook toen zat het vermogen vaak vast in de stenen van het huis en zo kon de langstlevende dus letterlijk door de kinderen het huis uitgezet worden.

De langstlevende regeling na de wetswijziging 2003

Na 2003 is het niet meer noodzakelijk om een testament te maken om de - gehuwde of geregistreerde - partner te beschermen tegen de kinderen (samenwoners zijn nog steeds niet door de wet beschermd en erven niet van elkaar op grond van de wet). Op grond van de langstlevende regeling krijgen de kinderen bij het overlijden van een van de ouders een niet-opeisbare vordering op de overblijvende partner ter grootte van hun erfenis. Als er verder niets wordt geregeld, biedt dat echter weinig flexibiliteit ten aanzien van de verschuldigde erfbelasting. Om die reden wordt tegenwoordig bijna als regel een opvullegaat opgenomen in een testament, waarmee de langstlevende ouder de erfdelen van de kinderen kan verkleinen zodat er minder - of geen - erfbelasting verschuldigd is. Kijk ook bij ons item opvullegaat of het rekenvoorbeeld erfbelasting besparen met een flexibel testament.

Opeisingsgronden

Wanneer is de vordering van kinderen wel opeisbaar? De vordering wordt opeisbaar als de langstlevende ouder overlijdt. Er zijn echter nogal wat situaties waarin het wenselijk is dat de kinderen al eerder hun vordering kunnen opeisen. In het flexibele testament dat NuNotariaat aanbiedt, staat dat de niet-opeisbare vordering van de kinderen (inclusief de op deze vordering opgebouwde rente) onmiddellijk opeisbaar wordt als zich één (of meer) van de volgende situaties voordoet:

1. De langstlevende ouder gaat failliet of belandt in de schuldsanering. 

2. De langstlevende ouder trouwt of gaat een geregistreerd partnerschap aan met een nieuwe partner. 

3. De langstlevende ouder wordt op grond van de Wet langdurige zorg opgenomen in een zorginstelling waarbij een maandelijkse eigen bijdrage op grond van het vermogen van de langstlevende ouder verschuldigd is. 

Deze drie situaties worden hieronder nader besproken.

ad 1. De langstlevende ouder gaat failliet of belandt in de schuldsanering. 

Als iemand failliet gaat of in de schuldsanering terechtkomt, dan valt het gehele vermogen van deze persoon daaronder. De situatie ontstaat dan dat de schuldeisers van de overgebleven ouder met hun opeisbare vorderingen, een sterkere positie zouden hebben dan de kinderen die slechts een niet-opeisbare vordering hebben. Terwijl over de erfenis van de kinderen wel reeds erfbelasting is afgedragen. Door de bepaling in het testament van de reeds overleden ouder, kunnen de kinderen in deze situatie meteen hun erfenis opeisen en zijn zij dus in ieder geval niet achtergesteld ten opzichte van de andere schuldeisers. Het is uiteraard de wens van de overleden ouder dat de kinderen in een dergelijke situatie hun erfenis kunnen opeisen.

ad 2. De nog levende ouder trouwt of gaat een geregistreerd partnerschap aan met een nieuwe partner. 

Dit is een interessante situatie. Zoals hierboven beschreven ontstaat sinds 2003 automatisch een langstlevende regeling bij het aangaan van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap. Een voorbeeld: in een gezin met twee kinderen komt de vader te overlijden. De moeder en de twee kinderen erven alle drie 33%, waarbij de kinderen echter slechts een niet-opeisbare vordering op hun moeder hebben gekregen. Als de moeder (her)trouwt en vervolgens zou komen te overlijden, dan erft haar nieuwe partner van haar op grond van de langstlevende regeling. De kinderen van de gestorven moeder zijn geen erfgenamen van de nieuwe partner van hun moeder en vissen nu volledig achter het net (!). Ze krijgen niets. Daarom hoort deze bepaling in het testament van beide ouders te staan. De kinderen kunnen meteen hun erfenis opeisen als de overgebleven ouder (her)trouwt en moeten dat ook doen om hun erfenis veilig te stellen.

ad. 3. De langstlevende ouder wordt op grond van de Wet langdurige zorg opgenomen in een zorginstelling waarbij een maandelijkse eigen bijdrage op grond van het vermogen verschuldigd is. 

Deze clausule is ook wel bekend als de AWBZ-clausule of de WLZ-clausule. Het gaat wederom om een situatie die zich voordoet waardoor de niet-opeisbare vordering van de kinderen ineens opeisbaar wordt, zodat de kinderen hun erfenis op grond van het overlijden van de eerste ouder veilig kunnen stellen. Bij de AWBZ-clausule is het enerzijds van belang dat de erfenis van de kinderen niet mee wordt geteld bij het eigen vermogen van de langstlevende ouder, voor de berekening van de omvang van de eigen bijdrage. Daarnaast moet voorkomen worden dat de langstlevende ouder de erfenis van de kinderen aanwendt om de maandelijkse zorgbijdrage te voldoen. Meer over de werking van de AWBZ-clausule vindt u hier. Een rekenvoorbeeld voor de erfbelasting en de AWBZ vindt u hier.

Bij NuNotariaat betaalt u voor een flexibel langstlevende testament (met opvullegaat en AWBZ-clausule) slechts € 250. Partners betalen voor twee flexibele langstlevende testamenten € 399.

1. Vul online uw gegevens in en leg afspraken vast over uw erfenis voor als u komt te overlijden. 

2. Uw gegevens worden door ons verwerkt in een officiële notariële akte. 

3. Vervolgens kunt u bij een van de 54 aangesloten notariskantoren, uw testament ondertekenen. 

Wilt u meer informatie over het regelen van uw testament via NuNotariaat? Vraag hier het gratis en vrijblijvende informatiepakket aan. 

Meer lezen over de onderwerpen op deze pagina


Back Naar kennisbank

Dit regel je met NuNotariaat

Vraag een gratis en vrijblijvend informatiepakket aan