Kennisbank

Voorbeeld samenlevingscontract

Hieronder staat een voorbeeld van het samenlevingscontract. Voor een uitleg van de clausules scroll je helemaal naar beneden. Een samenlevingscontract regel je hier eenvoudig online voor 225 euro. Wilt u eerst gratis een vrijblijvend informatiepakket ontvangen? Mail dan naar info@nunotariaat.nl. 

SAMENLEVINGSCONTRACT VOORBEELD

Heden, [datum ondertekenen], verschenen voor mij, [naam notaris], notaris met als plaats van vestiging de gemeente [in te vullen door notaris]: [naam partner 1], [geboortedatum partner 1] te [geboorteplaats partner 1] en [naam partner 2], geboren op [geboortedatum partner 2] te [geboorteplaats partner 2],

INLEIDING

De verschenen personen gaven te kennen dat zij een affectieve relatie met elkaar hebben en vanaf één januari negentienhonderd samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij zijn overeengekomen de vermogensrechtelijke gevolgen daarvan en/of van hun gemeenschappelijk vermogen als volgt te regelen:

Artikel 1     KOSTEN VAN DE HUISHOUDING

  1. De kosten van de gemeenschappelijke huishouding worden door partijen gedragen naar evenredigheid van ieders inkomen. Zijn de inkomens onvoldoende, dan worden de kosten gedragen naar evenredigheid van ieders vermogen. Een en ander geldt niet voor zover bijzondere omstandigheden zich daartegen verzetten.
  2. Onder de kosten van de huishouding zijn begrepen de premies en kosten van verzekeringen die betrekking hebben op aan partijen samen toebehorende goederen, de kosten van gezamenlijke vakanties, de huurprijs van de gemeenschappelijk bewoonde woning, de rente en kosten van geldleningen die zijn aangegaan in verband met de aanschaf of het onderhoud van de gemeenschappelijk bewoonde woning en van de gezamenlijke goederen en de kosten van dagelijks onderhoud van de hiervoor bedoelde woning en goederen.
  3. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel kunnen partijen mits in onderling overleg en schriftelijk vastgelegd steeds voor een kalenderjaar of een gedeelte daarvan een andere (wijze van) verdeling van bepaalde of alle kosten van de huishouding overeenkomen en/of vastleggen dat bepaalde uitgaven niet als kosten van de huishouding worden aangemerkt.
  4. Onder inkomen wordt verstaan het besteedbaar inkomen na betaling van belastingen, premies sociale verzekeringen en de kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden voor de verwerving van het inkomen.
  5. Een partij die in een kalenderjaar meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan die partij op grond van het bepaalde in dit artikel moet dragen, heeft het recht dit meerdere van de andere partij na afloop van het kalenderjaar terug te vorderen. Deze vordering vervalt één (1) jaar na het einde van deze overeenkomst. Als een vordering overeenkomstig lid 5 is ingesteld, moet deze direct worden voldaan, tenzij redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten.


Artikel 2     OVERLIJDENSRISICOVERZEKERINGEN

Premies en koopsommen van een levensverzekering (een ongevallenverzekering daaronder begrepen) en al hetgeen in verband hiermee is verschuldigd, behoren niet tot de kosten van de huishouding en worden uitsluitend gedragen door de partij die deze krachtens de polis is verschuldigd.

Artikel 3     VERGOEDINGSRECHTEN

Als aan het vermogen van een partij een waarde is onttrokken ten behoeve van de andere partij, heeft deze jegens de andere partij recht op een vergoeding gelijk aan de waarde ten tijde van de onttrekking. Deze vordering is opeisbaar bij vervreemding van de woning, bij het einde van de samenwoning en bij faillissement van de schuldenaar of diens surséance van betaling of als hij of zij op andere wijze het beheer over zijn of haar vermogen verliest.

Artikel 4     ROERENDE ZAKEN EN VERVOERMIDDELEN

  1. Roerende zaken die gezamenlijk worden gebruikt en voor gezamenlijke rekening zijn verkregen, worden door partijen als gemeenschappelijk aangemerkt. Voormelde goederen zijn alleen dan niet gemeenschappelijk als daarvan blijkt uit een door beide partijen ondertekende verklaring. [[naar keuze] Vervoermiddelen op kenteken behoren, tenzij schriftelijk anders blijkt, toe aan diegene van partijen op wiens naam het kenteken is gesteld.]
  2. Met het oog op het bepaalde in het vorige lid wordt ieder van partijen geacht bij de aanschaf van de aldaar bedoelde gemeenschappelijke goederen tevens op te treden als vertegenwoordiger van de andere partij, en worden de goederen welke op enigerlei wijze uitsluitend worden of werden verkregen door één van partijen bij deze (bij voorbaat) ten titel van ruil voor de onverdeelde helft overgedragen aan de andere partij. Partijen verklaren, dat de thans aan hen toebehorende goederen als in het vorige lid bedoeld, welke door ieder van hen in de ruil zijn betrokken, ongeveer evenveel waard zijn, zodat zij ter zake niets meer van elkaar te vorderen hebben.
  3. Over gemeenschappelijke goederen en vervoermiddelen die ten behoeve van de gemeenschappelijke huishouding worden gebruikt kan, ook als deze aan één van partijen in privé toebehoren, slechts met schriftelijke toestemming van beide partijen worden beschikt.
  4. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel blijven de aldaar bedoelde goederen welke door één van partijen krachtens erfrecht of gift zijn verkregen en de goederen die daarvoor door zaaksvervanging aantoonbaar in de plaats zijn gekomen, ook als dit niet uitdrukkelijk door de erflater/schenker is bepaald, aan de desbetreffende partij in privé toebehoren, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen.

Artikel 5    (ANDERE) GEMEENSCHAPPELIJKE GOEDEREN

  1. In alle gevallen waarin tussen partijen verschil van mening bestaat omtrent de (mate van) gerechtigdheid tot een goed en geen van beiden zijn of haar recht op het goed kan bewijzen, wordt het goed geacht aan beiden toe te behoren, ieder voor de onverdeelde helft. Het enkele feit dat één van partijen na het einde van de samenleving goederen onder zich heeft kan aan die partij geen bewijsrechtelijk voordeel opleveren.
  2. Ongeacht de wijze van totstandkoming van het saldo zijn partijen ieder voor de onverdeelde helft gerechtigd tot het saldo van op beider naam staande bankrekeningen ("en/of" rekeningen); een partij heeft ter zake slechts een vordering op de andere partij als hij of zij kan aantonen dat dat is overeengekomen.

Artikel 6     FINANCIERING EN GEBRUIK VAN DE EIGEN WONING

  1. Als de woning aan partijen gezamenlijk toebehoort, dragen partijen de lasten verbonden aan de financiering van de woning, met uitzondering van de in artikel 1 lid 2 bedoelde renten en kosten, naar verhouding van ieders aandeel in de woning. Onder die lasten zijn - onverminderd het in artikel 2 bepaalde - begrepen aflossingen en (spaar-)premies verschuldigd voor verzekeringen die rechtstreeks verband houden met aflossing van de lening ook als slechts een van partijen de premieplichtige is. De waarde van het recht op de uitkering per de einddatum van een dergelijke verzekering komt partijen gezamenlijk toe, naar verhouding van ieders aandeel in de woning.
  2. Partijen zijn tijdens deze overeenkomst gelijkelijk gerechtigd tot het gebruik van de woning die aan hen gezamenlijk of aan één van hen toebehoort.

Artikel 7    DE HUURWONING

  1. Als partijen de woning huren, zijn zij ten opzichte van elkaar verplicht samen de huurovereenkomst als huurders aan te gaan.
  2. Als een van partijen de woning huurt, is deze verplicht mee te werken aan een verzoek aan de verhuurder ermee in te stemmen, dat de andere partij medehuurder zal zijn als bedoeld in artikel 7:267 lid 1 Burgerlijk Wetboek.

Artikel 8    DUUR EN EINDE

Deze overeenkomst eindigt op het tijdstip dat partijen in onderling overleg vaststellen en:

  1. door opzegging door een partij, in welk geval de overeenkomst eindigt op het tijdstip dat in de opzegging is aangegeven;
  2. door overlijden van een partij;
  3. door het aangaan van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap.

Artikel 9

  1. Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd.
  2. Als deze overeenkomst eindigt anders dan door overlijden van een partij, zijn partijen verplicht:
    1. iedere partij in bezit te stellen van de goederen die aan hem of haar toebehoren;
    2. de gemeenschappelijke goederen te verdelen;
    3. de waarde te verrekenen van de polissen van verzekering, waarvan partijen ingevolge het in de artikelen 1 en 6 bepaalde de premies en kosten gezamenlijk dienden te dragen.
  3. Het in lid 2 bepaalde geldt niet, als partijen met elkaar een huwelijk of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan en de daar bedoelde goederen in een gemeenschap vallen.

Artikel 10     VERBLIJVINGSBEDING

  1. Indien de samenleving eindigt door overlijden van een van de partners, zullen de gemeenschappelijke goederen, waaronder de gemeenschappelijke woning, zonder vergoeding van de waarde, verblijven aan de langstlevende van hen casu quo de andere partij.
  2. Degene aan wie de goederen ingevolge het vorige lid verblijven, is verplicht om het aandeel van de ander in de eventuele schulden die op die goederen betrekking hebben, als eigen schulden te voldoen, voor zover het bedrag van (dat aandeel in) die schulden niet hoger is dan (het aandeel van de overledene in) de waarde van die gemeenschappelijke goederen.
  3. De partners geven elkaar onherroepelijk volmacht mee te werken aan de voor de overgang ingevolge de verblijving vereiste levering.
  4. Het in de leden 1 en 2 bepaalde geldt niet indien de langstlevende op de dertigste dag na de dag van overlijden van de eerststervende niet meer in leven is.

ARTIKEL 11     AFWIKKELING

  1. De waarderingen, nodig voor de verdeling en verrekening bedoeld in artikel 9, geschieden in onderling overleg. De woning dient te worden gewaardeerd naar de waarde in onbewoonde staat.
  2. Als een partij in verband met de verdeling of verrekening aan de wederpartij een bedrag in geld moet voldoen, is de schuldenaar, als daartoe gewichtige redenen bestaan, gerechtigd het bedrag in maximaal vijf gelijke jaarlijkse termijnen te voldoen. Over het nog niet betaalde deel van het verschuldigde is de schuldenaar een rentevergoeding verschuldigd gelijk aan de wettelijke rente. De schuldenaar is desverlangd verplicht zekerheid te geven voor de nakoming van de uit dit lid voortvloeiende verplichtingen. Geschillen tussen partijen over verdeling, verrekening, waardering en betaling worden op verzoek van één van de partijen voorgelegd aan de rechter als bedoeld in artikel 3:185 Burgerlijk Wetboek. Omtrent de vaststelling van de waarde van de woning kan de benoeming van een deskundige worden gevraagd.

Artikel 12     (TIJDELIJKE) VOORTZETTING WOONGENOT EIGEN WONING

  1. Ingeval de overeenkomst eindigt door opzegging of in onderling overleg kan iedere partij de voorzieningenrechter verzoeken om te bepalen dat hij of zij - met uitsluiting van de andere partij - nog zes (6) maanden mag blijven wonen in de laatstelijk door beide partijen bewoonde woning.
  2. Als de woning aan beide partijen toebehoort of toebehoort aan de partij, die niet in de woning blijft wonen, dient de partij die blijft wonen over de bedoelde periode aan de ander een, eventueel door de voorzieningenrechter vast te stellen, redelijke vergoeding te betalen.
  3. Een regeling inzake verblijf of betaling als opgenomen in de leden 1 en 2 van dit artikel brengt nimmer het bestaan van een (onder)huurverhouding mee.

Artikel 13     (TIJDELIJKE) VOORTZETTING WOONGENOT HUURWONING

  1. Ingeval de overeenkomst eindigt anders dan door overlijden van één van (of beide) partijen, kan ieder van partijen de kantonrechter verzoeken om te bepalen dat hij of zij - met uitsluiting van de andere partij - nog zes (6) maanden mag blijven wonen in de laatstelijk door beide partijen bewoonde woning.
  2. Op verzoek van de partij die in de woning blijft wonen en over onvoldoende inkomsten beschikt, kan de kantonrechter aan de andere partij opleggen de huurpenningen over die periode geheel of gedeeltelijk te betalen.
  3. Na gemelde periode zal, als partijen beiden de woning hebben gehuurd, de huur worden voortgezet door degene die daarop in redelijkheid de meeste aanspraak kan maken, zonodig vast te stellen door de kantonrechter.

Artikel 14     PARTNERPENSIOEN

  1. Partijen wijzen elkaar over en weer aan als gerechtigde voor een partnerpensioen. Zij nemen deze wederzijdse aanwijzingen aan. Partijen zijn ermee bekend dat zij om in aanmerking te komen voor een partnerpensioen aan alle door het desbetreffende pensioenreglement gestelde eisen moeten voldoen.
  2. Als de samenleving van partijen anders dan door overlijden is geëindigd, is ieder van hen verplicht om op verzoek van de andere partij afstand te doen van eventuele door hem of haar als gevolg van de aanwijzing als partnerpensioengerechtigde verkregen dan wel te verkrijgen rechten op pensioenaanspraken. Partijen verlenen elkaar over en weer onherroepelijk volmacht om deze afstand te bewerkstelligen.

Artikel 15 RECHTSKEUZE

Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

WAARVAN AKTE is verleden te [in te vullen door notaris] op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De comparanten zijn mij, notaris, bekend. De zakelijke inhoud van de akte is aan hen opgegeven en toegelicht. De comparanten hebben verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden een conceptakte te hebben ontvangen en van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de comparanten en vervolgens door mij, notaris.


Back Naar woordenboek

Vraag een gratis en vrijblijvend informatiepakket aan